'De thuiswedstrijd tegen Manchester United zie ik als het hoogtepunt van mijn carrière'

De voetballoopbaan van Henk Vriens (1943) kun je gerust een bliksemcarrière noemen. Op zijn negentiende had de geboren Tilburger al de KNVB-beker gewonnen, Europese wedstrijden tegen Manchester United gespeeld én zijn debuut gemaakt in Oranje. Een mooie toekomst lag voor de verdedigende middenvelder in het verschiet, maar het liep anders. 

In zijn huis in Riel zitten Henk Vriens, zijn vrouw Leonie en hun zoon Edwin (dochter Esther is niet aanwezig) gebogen over drie vuistdikke plakboeken. De krantenartikelen, programmaboekjes en toegangsbewijzen vertellen het verhaal van tien jaar topvoetbal. Van het jeugd-EK in Roemenië tot het grote Oranje, van jarenlang Willem II tot één jaartje NAC: het komt allemaal voorbij. Ook een klein kistje is van zolder gehaald, met daarin het beroemde ‘haasje’: een klein speldje dat elke Oranje-debutant van de bond cadeau krijgt. Verder herinnert niets in de woonkamer aan de jonge jaren van de gedreven middenvelder. Het meest tastbare aandenken aan zijn enige interland – het Oranjeshirt met rugnummer 6 – is in geen velden of wegen te bekennen. ‘Het ligt ergens op mijn werkkamer, denk ik,’ zegt Vriens, die ondanks zijn inmiddels broze gestel meteen de trap oploopt om vijf minuten later met lege handen weer aan te schuiven.

Ambiance
Vriens is negentien als hij op 20 oktober 1963 tegen België debuteert. Een verrassing is zijn debuut niet. De linkshalf – in het 4-2-4-systeem uit die tijd nog kanthalf genoemd – deed al mee met de bondstrainingen en had de weken ervoor indruk gemaakt tijdens het tweeluik van Willem II tegen Manchester United en tijdens een interland met Nederland-B tegen Frankrijk. Reden genoeg voor bondscoach Elek Schwartz om Vriens op te roepen, ondanks het feit dat hij op dat moment – na de degradatie van Willem II – in de eerste divisie voetbalt. 

Het Olympisch Stadion in Amsterdam is die middag met 60.000 toeschouwers tot de nok toe gevuld. Na vier nederlagen van Oranje op rij is alles en iedereen gebrand op een overwinning. ‘Die ambiance maakte veel indruk en dat heeft denk ik toch wel invloed gehad op mijn spel’, blikt Vriens terug. ‘Ik vond dat ik niet zo goed speelde. Ik was er wel, maar had geen greep op de tegenstander: “zwemmen” noem ik het achteraf.’ Op zoek naar een verklaring voor zijn matige optreden zegt hij verder: ‘Toen we met de bus naar het stadion reden zag ik Eddy Pieters Graafland bezig, een heel dominant iemand. Als jonge jongen zit je daar dan tussen, en ik liep al niet over van zelfvertrouwen. Ik had ook nog nooit met dit elftal gespeeld, dat maakt natuurlijk veel uit.’ Oranje komt nog met 1-0 voor door een goal van de jonge Piet Keizer, maar moet in de slotfase de gelijkmaker incasseren. 

Plakboeken
Zijn vrouw Leonie mengt zich in het gesprek: ‘Henk heeft zich die tegengoal altijd aangerekend. Maar het was Tonnie Pronk die in de fout ging, niet Henk. Hier, lees er de verslagen maar op na.’ Ze heeft het al zo vaak tegen haar man gezegd, maar het neemt het negatieve oordeel over zijn interland maar niet weg. ‘Ik heb die wedstrijd nooit gekoesterd,’ zegt hij. ‘Ik heb het eerder verdrongen. Ik weet er weinig meer van.’ Dan, met een guitige blik: ‘Straks is de conclusie van dit interview: Henk Vriens heeft Alzheimer-light.’
Nadat ook zoon Edwin naar boven is geweest om – tevergeefs – het shirt te zoeken, zegt hij: ‘Mijn vader heeft een beetje een negatieve kijk op het verleden. Terwijl ik denk, je mag trots zijn op wat je bereikt hebt. Hij vertelde nooit over zijn voetbalcarrière, hij heeft die trots nooit aan ons overgedragen. Zoals we hier nu zitten te praten, met de plakboeken erbij, is eigenlijk voor het eerst.’

Professor
Vriens groeide op in Broekhoven II, ging op 10-jarige leeftijd bij Willem II spelen en maakte op zijn 16de zijn officieuze debuut voor de Tricolores tijdens een oefenwedstrijd. In totaal komt hij tot 254 wedstrijden, waarin hij viermaal scoort. In uiteenlopende vriendschappelijke wedstrijden speelt hij samen met grootheden als Cruijff, Lenstra en Puskas. ‘Ik was technisch goed’, omschrijft hij zijn speelstijl. ‘Maar ik was ook een felle voetballer, een harde. Tegen België blesseerde ik mijn directe tegenstander, tegenwoordig noemen ze dat een nuttige overtreding. Verder voetbalde ik eenvoudig. Ik passeerde nooit een tegenstander, speelde gewoon tijdig af. Van te voren keek ik hoe het stond. Als je dan de bal krijgt, weet je wat je moet doen.’
Vriens was een nuchtere, intelligente jongeman die gaandeweg zijn studie de voorkeur gaf boven het voetbal. Het is nog steeds aan hem te merken. Hij spreekt als een intellectueel: bedachtzaam en zorgvuldig formulerend, soms permitteert hij zich een fijnzinnig grapje. ‘In de jeugd en tijdens de eerste jaren bij Willem II was voetbal alles voor me. Later ging al mijn aandacht uit naar mijn studie; ik voetbalde nog omdat ik een inkomen nodig had. Ik zei altijd: als ik de toto win, stop ik er meteen mee.’

Mokerslag
Zijn lange studieloopbaan begint op de ambachtsschool, via de UTS en HTS klimt hij op naar de TH, de huidige Technische Universiteit Eindhoven. ‘Ik werd de professor genoemd. Als iedereen in de bus zat te kaarten, was ik aan het studeren.’ Het combineren van lessen, examens, trainingen en wedstrijden viel hem steeds zwaarder. En een vetpot was het ook al niet, rekent zijn vrouw voor: ‘Henk verdiende 3000 gulden per jaar in die tijd bij Willem II plus 100 gulden per punt. We waren getrouwd op mijn salaris en Henks voetbalinkomen. Door twee kamers in onze flat te verhuren konden we rondkomen.’
De dag na zijn feestelijke afstuderen aan de TH (hij gaat voortaan als ‘Ir. Henk Vriens’ door het leven) overlijdt zijn vader. Het is een mokerslag. De 27-jarige Vriens kan de motivatie niet meer opbrengen, stopt acuut met voetballen en richt zich volledig op zijn maatschappelijke carrière. Zijn hele werkende leven geeft hij les aan de HTS in Tilburg, waar hij de vakken mechanica en dynamica doceert.

Relikwie
Jaren geleden zaten Vriens en zijn vrouw tv te kijken toen plots Elek Schwartz in beeld verscheen. De bondscoach van weleer wordt gevraagd waar hij spijt van heeft. Hij denkt kort na en antwoordt: ‘Ik heb het altijd jammer gevonden dat ik Henk Vriens zo jong in het Nederlands elftal heb laten debuteren. Dat had ik beter niet kunnen doen.’ Vriens is het niet met hem eens. ‘Schwartz vond dat hij mij te vroeg voor de leeuwen had gegooid, maar ik ben toch blij dat hij het gedaan heeft. Zeer waarschijnlijk was het er anders niet meer van gekomen. Er zijn maar bepaalde periodes in je carrière dat je heel goed bent; in zo’n periode zat ik toen. De 
thuiswedstrijd tegen Manchester United zie ik als het hoogtepunt van mijn carrière. Als ik de verhalen mag geloven, speelde ik toen een sterke wedstrijd.’ 
Soms wordt hij door mensen herinnerd aan zijn voetbalverleden en aan zijn optreden in Oranje. ‘Dat vind ik dan toch leuk om te horen, maar verder ben ik er niet zo mee bezig. Trots zijn hoort niet zo bij mij. Zo nu en dan probeer ik me voor te stellen dat ik zelf gevoetbald heb in een groot stadion. Maar dat beeld komt dan niet. Als ik droom over voetbal, droom ik nooit dat ik met een Willem II-shirt in een stadion sta, maar altijd op een trapveldje met gewone kleren aan.’
Plots klinkt er een triomfantelijk gejuich van boven. Leonie heeft het shirt gevonden. ‘Hij lag in de carnavalsdoos!’ Ze komt de kamer in met een vrij klein uitgevallen oranje shirt met een V-hals en een slordig genaaide leeuw op de borst. Op de achterkant prijkt een wat rafelig rugnummer 6. Zoon Edwin houdt het relikwie vast en kijkt er eens goed naar. ‘Misschien moeten we dit shirt toch maar eens inlijsten en een mooi plekje geven.’