Uit de oude doos aflevering 121 - 140

Aflevering 140: Theo Krämer, masseur, praatpaal en raadgever

Iedere maand duikt clubarchivaris Harrie Verhoeven in de onze clubhistorie om bijzondere momenten, personen, feitjes en andere gebeurtenissen uit 'de oude doos' te halen. Deze week gaat aflevering 140 over Theo Krämer: masseur, praatpaal en raadgever.

Theo Krämer voetbalde vanaf zijn vijftiende bij Willem II. En niet onverdienstelijk, want hij bracht het tot het tweede elftal. Hij had echter de pech dat Willem II rond 1950 over een sterk eerste elftal beschikte en een bloeiperiode beleefde. Theo was net niet goed genoeg om een plaats in het eerste elftal  te bemachtigen. Hij voetbalde tot zijn tweeëndertigste. En omdat hij graag in de voetbalsport actief wilde blijven, wierp hij zich op de sportmassage. Mede dankzij zijn grote interesse voor menskunde en biologie slaagde hij meteen voor het examen.

Door het vertrek van Nico Kommeren was bij Willem II in 1958 de functie van verzorger/masseur vrijgekomen. Theo solliciteerde, legde een proef af en slaagde cum laude. Vanaf het seizoen 1958/’59 was hij tijdens de wedstrijd de man met de waterzak en de wonderspons en masseerde hij door de week de contractspelers van Willem II. Vier keer in de week was Theo paraat om de spieren van de spelers te vertroetelen. Na afloop van de trainingen en voor en na de zondagse wedstrijd ging hij “al weldoende” rond.

Hij zette zich met hart en ziel in voor “zijn” Willem II, hoewel hij niet te benijden was om de omstandigheden waaronder hij met name eind jaren 60 en begin jaren 70 moest werken. Hij had geen eigen werkruimte en moest “wrijven” in de kleedkamer. Een ligbad en een rode warmtelamp ontbraken, om over alle mogelijke andere hulpmiddelen maar te zwijgen.

theokramer

Theo was niet alleen masseur, maar was ook de praatpaal van de spelers en hoorde dingen die ze nog niet aan hun eigen vrouw zouden vertellen. Hij had altijd een goede band met de spelersgroep. In 1970 vierde hij zijn koperen jubileum bij de club. Naar aanleiding daarvan verscheen in “Het Nieuwsblad van het Zuiden” een uitgebreid interview met de jubilaris. Daarin noemde Theo Kurt Zaro de eerste en tevens de beste speler die hij onder handen heeft gehad.

In datzelfde interview liet Theo zich kritisch uit over de sfeer binnen de club. Dat viel bij het bestuur niet in goede aarde en hij werd voor onbepaalde tijd geschorst. Drie maanden later werd die schorsing opgeheven. Als Willem II-er in hart en nieren was Theo opgelucht dat hij zijn werkzaamheden weer kon hervatten. In 1974 nam hij afscheid van de club, waarna hij vertrok naar het Kaatsheuvelse DESK. En later masseerde hij ook nog de voetballers van zijn woonplaats Riel. Veel oud-voetballers trokken nog wekelijks naar Riel om het warme contact met hem in stand te houden. Theo Krämer overleed op 71-jarige leeftijd op 4 november 1997.



Aflevering 139: Hoe Hans Kraay mede ons shirt redde

Op 4 mei 1984 presenteerde VZS Ziektekostenverzekering zich bij Persclub Bourgondië in Tilburg als de nieuwe hoofdsponsor van Willem II. Het bedrag dat de nieuwe sponsor jaarlijks aan de club zou besteden, werd bij de presentatie angstvallig geheim gehouden. Willem II-voorzitter Wim Groels wilde wel kwijt, dat het totale pakket aan sponsorgelden in het seizoen 1984-1985 tussen de vier en de vijf ton lag (tussen 180.000 en 225.000 euro). Willem II kon een duwtje in de rug goed gebruiken, nu de club na degradatie een stapje terug moest doen op de betaald voetbal-ladder. Volgens VZS-directeur Ben Weustink had dat echter geen enkele invloed gehad op de sponsoractiviteiten van de ziektekostenverzekering.

Gastspreker bij de presentatie was oud-international Hans Kraay sr., die als directeur van het Bureau Sportsponsoring Nederland aanwezig was. In zijn toespraak gaf hij het Willem II-bestuur en de sponsor twee belangrijke adviezen mee. Allereerst pleitte hij voor een goed doordacht jeugdplan en voor een realistische kijk op de toekomst. “Breng Willem II weer terug naar de top, maar doe dat niet te overhaast. Geef de jeugd uit de eigen omgeving een kans.”

Zijn tweede advies had betrekking op het nieuwe shirt dat Willem II-secretaris Jan de Greef trots aan de aanwezigen toonde en waarin de Tricolores in het nieuwe seizoen zouden gaan spelen. Een shirt dat ontworpen was door Theo Glas en waarover de meningen behoorlijk verdeeld waren. Op het nieuwe shirt waren de verticale strepen teruggebracht tot een mager V-teken. Gelukkig kwam Kraay ook hierover met een welgemeend advies. Hij was van mening dat het shirt van Willem II zo bekend was, dat het niet zou moeten veranderen. In de verticale strepen was de club twee keer landskampioen geworden. De nieuwe sponsor bloosde een beetje bij de woorden van Kraay en heeft zich zijn advies blijkbaar ter harte genomen, want Willem II heeft - gelukkig - nooit in dat nieuwe shirt gespeeld!

shirt



Aflevering 138: Toen de aanvoerder nog een echte captain was

Op 14 januari 1898 werd de naam ‘Footballclub Tilburgia’ veranderd in ‘Willem II’. Voor Gerard de Ruiter, de initiatiefnemer tot oprichting van de club, een mooie aanleiding om Willem II een kadootje aan te bieden in de vorm van een door hem zelf in elkaar gezet boekje, getiteld ‘De regels van het voetbalspel’. Een welkom geschenk, want Gerard had als enige van de leden verstand van voetbal. Een van de onderwerpen in het boekje handelt over de rol van de aanvoerder of liever de captain zoals Gerard hem noemt. Ik citeer:

‘Aan het hoofd van elke partij staat de aanvoerder (in het Engels ‘captain’) aan wien de spelers militaire gehoorzaamheid verschuldigd zijn. Aan niets herkent men den welopgevoeden speler beter dan aan het ontzag dat hij toont voor zijn aanvoerder te bezitten. Wie de bevelen zijns aanvoerders vlug en nauwgezet uitvoert, en dit doet met een opgeruimd gelaat, ook al is het bevel hem onaangenaam of schijnt het hem onverstandig toe, die toont zijne plicht te beseffen.Maar eene strenge veroordeling door de openbare meening verdient hem te treffen die zich verzet tegen wat zijn aanvoerder van hem wenscht. Heeft een speler zich over zijn aanvoerder te beklagen, hij doe dit in den boezem van zijne vereeniging, doch op het veld beginne hij met in elk geval stipt te gehoorzamen. De aanvoerder van den anderen kant heeft er voor te waken dat het optreden van zijne spelers altijd zoo zij dat niemand er eenige aanmerking op kan maken. Hij ga zijnen spelers voor in alle deugden die den voetballer en den voetbalspelenden mensch sieren: hij zij hoffelijk tegenover de scheidsrechter en de tegenpartij en dulde niet dat één zijner spelers te dien opzichte ook maar het minste tekort schiet. Hij onderhandele namens de zijnen met den aanvoerder der tegenpartij; hij zorge ervoor dat zijne spelers doen wat de scheidsrechter gelast en hij bestraffe den speler die den scheidsrechter onheusch bejegent. Bij het opstellen der spelers is hij verplicht één speler aan te wijzen die als doelverdediger (in het Engels “goalkeeper”) optreedt en op wiens behendigheid met de armen het grootste gewicht valt. Voor het overige is het de gewoonte de spelers op te stellen in drie liniën, nl. eene voorhoede van vijf spelers ( i.h.E. ‘forward’), drie middenspelers (i.h.E. ‘halfback’) en twee spelers in de achterhoede (i.h.E. ‘back’).'
 

138
Wat een contrast met de rol van de hedendaagse aanvoerder! Gerard de Ruiter zou zich omdraaien in zijn graf, als hij wist hoe het anno 2017 met ‘zijn’ voetbalregels gesteld is. 


Aflevering 137 - Gerard de Ruiter, initiatiefnemer tot oprichting van Willem II

In 1896 bood de langzaam uitbreidende stad Tilburg plaats voor velen. Een van de nieuwkomers in de stad was de jonge Gerard de Ruiter, die voorbestemd bleek de grondlegger te worden van het Tilburgse voetbal. Gerardus Christiaan de Ruiter werd op 17 december 1876 geboren in Soerabaya (N.O.I.), waar zijn vader arts was. Hij verloor zijn ouders op jeugdige leeftijd en werd door een oom en tante in Amsterdam opgevoed. Hij volgde daar de driejarige H.B.S. en vervolgens de Middelbare Technische School. In deze periode was hij lid van de voetbalclub R.A.P. Om het einddiploma M.T.S. te verkrijgen, moest hij een jaar praktijk opdoen. Dat deed hij in Tilburg bij de werkplaatsen van de Staatsspoorwegen. In die tijd kreeg hij contact met schooljongens die in Oudenbosch op kostschool zaten en die met stichtingsplannen voor een cricketclub in Tilburg rondliepen. Gerard benaderde hen met een alternatief voorstel: ga een voetbalclub oprichten. Op zondag 12 augustus 1896 kwamen twaalf jongelui in Tilburg bijeen in café Marinus: Gerard de Ruiter, Fons Caspanni, Henri van Delft, Jan Caarls, Jos Hoosemans, Theo Marsé, Kees van Kuyken, Richard van Nunen, Nout Scholberg , Fons Vermeer en de gebroeders Van Delft (Hein en Louis). Ze waren het snel eens en “Footballclub Tilburgia” werd opgericht met Van Nunen als voorzitter. Vader Marsé schonk meteen een leren bal. Gerard, die als enige verstand had van voetballen, wilde gelijk zijn capaciteiten tonen. Midden in de Heuvelstraat, waar Marsé woonde, legde hij de bal neer, nam een aanloop en jaste de bal door het etalageraam van de toenmalige overbuurman beddenwinkel “Het witte lam”. “Tilburgia” was meteen bekend in de stad en de naam “ballenschuppers” werd door de volksmond uitgedragen. Gerard was de aanvoerder van het allereerste elftal en speelde linksback. Hij had een gevoel voor voetbalpromotie en wist de heer Arts , eigenaar van de “Nieuwe Tilburgsche Courant” voor zijn voetbalideeën te winnen. Daardoor kreeg de voetbalsport in het vervolg een vaste plaats in de krant van Arts. Op 14 september 1897 werd Gerard benoemd tot verenigingssecretaris. Intussen vond men de clubnaam niet meer mooi genoeg. En zo werd op 14 januari 1898 in café Broeckx op de Markt in Tilburg de naam “Tilburgia” gewijzigd in “Willem II”. Voordat hij in 1898 naar Indië vertrok, werd Gerard – naar alle waarschijnlijkheid op de vergadering van 14 januari 1898 - tot erelid benoemd. In Indië werkte hij bij de Deli Maatschappij op Sumatra’s oostkust. In 1902 trad hij in het huwelijk met mej. J.van den Berg uit Amsterdam. Uit het huwelijk werden drie kinderen geboren. Later werd Gerard administrateur van de tabaksonderneming Deli-Toewa. In 1923 keerde hij naar Nederland terug. Helaas nam hij geen contact meer op met Willem II. Volgens zijn jongste zoon was zijn slechte gezondheid de mogelijke reden hiervan. Gerard de Ruiter overleed op 16 augustus 1933.


Aflevering 136 - Gedegradeerd, maar als bekerwinnaar Europa in

Op 9 juni 1963 verloor Willem II thuis met 2-4 van Volendam. Degradatie naar de eerste divisie was hiermee een feit. Onverstoorbare optimisten zeiden: ‘Werd niet in 1958 degradatie in één seizoen gevolgd door een kampioenschap en promotie?’ Maar de feiten logen er in 1963 niet om. Willem II had flinke schulden en kon noch rekenen op subsidie van de gemeente noch op steun van de industrie. De club raakte na zeven jaar trainer Müller kwijt en had nog geen vervanger kunnen vinden. En met deze selectie zou Willem II op korte termijn het verloren terrein niet kunnen herwinnen. Kortom de club verkeerde in nood en de toekomst was uitzichtloos. Het enige wat de donkere wolken boven Willem II kon verdrijven was een succes in de nieuwe omgeving: de eerste divisie. Succes zou er echter al eerder komen en wel via het KNVB-bekertoernooi. In het toernooi van het seizoen 1962-1963 stroomden de eredivisieclubs pas in mei 1963 in de derde ronde in. Via overwinningen op RCH (8 mei 5-0) en Ajax (16 mei 1-0) plaatste Willem II zich voor de kwartfinale. In Maastricht werd het op 29 mei tegen MVV een slopend duel. Na negentig minuten plus nog eens vier keer zeven-en-een-halve minuut verlengen (zoals het reglement toentertijd voorschreef) stond nog steeds de 0-0 op het scorebord. Strafschoppen moesten de beslissing brengen. Willem II-doelman Chris Feijt die met voortreffelijk keeperswerk zijn ploeg op de been had gehouden, zou MVV tenslotte helemaal de das omdoen. Hij schoot de beslissende strafschop binnen. In de halve finale wonnen de Tricolores op 19 juni met 1-2 bij Alkmaar, zodat het inmiddels gedegradeerde Willem II vier dagen later zowaar in de finale stond tegen ADO. De Hagenaars golden als favoriet. Zij speelden ook nog eens in het eigen stadion, terwijl bij Willem II om uiteenlopende redenen de vaste krachten Feijt, Koopal, Timmermans, Walhout en De Wit niet van de partij waren. Hun vervangers kweten zich echter uitstekend van hun taak. Via doelpunten van Louer, Aarts en Senders en mede dankzij uitstekend keeperswerk van Mathieu won Willem II met 0-3. Voor de tweede keer in de clubhistorie veroverden de Tricolores de KNVB-beker. Een verrassende apotheose van een seizoen dat met name in de maanden mei en juni veel energie kostte met negen competitie- en vijf bekerwedstrijden! En een heel merkwaardige omstandigheid dat Willem II de degradatie combineerde met het winnen van de KNVB-beker. In eigen land moest de club een toontje lager zingen, maar in de Europa Cup voor bekerwinnaars gingen de Tricolores de strijd aanbinden tegen niemand minder dan Manchester United!


Aflevering 135 - Toen roken en voetbal nog bij elkaar pasten

In de jaren zestig rookte ruim tachtig procent van alle mannen in Nederland. Onder hen ook heel veel sportmannen. Onder andere via de media werd je de vanzelfsprekendheid van het roken bijgebracht. Roken droeg bij aan je uitstraling en bevorderde sociale contacten. De negatieve gevolgen van het roken die menigeen dagelijks ervoer, werden via de reclame enigszins gecompenseerd. In films bijvoorbeeld stak de held regelmatig een stoere sigaret op. De tabaksfabrikanten gaven miljoenen uit aan sigarettenreclame. Ook in de sport. En niet voor het eerst, want reeds in het begin van de twintigste eeuw haakte de reclame in op de groeiende belangstelling voor het voetbal. Steeds vaker werden topvoetballers gebruikt in reclamecampagnes. De allereerste serie voetbalplaatjes van het tabaksmerk Union dateert van 1907. De eerste Willem II-speler van wie het portret op een voebalplaatje werd uitgebracht, was in 1919 Harry Mommers in een serie voetbalplaatjes van Philips Cigarettes Tabaksindustrie in Maastricht. Ook was het in die tijd gebruikelijk om op de dag van een belangrijke wedstrijd een verplaatsbaar reclamebord neer te zetten langs de route naar het voetbalveld. In de loop der jaren nam de reclame in de (voetbal)sport steeds grotere vormen aan. In de jaren zestig pronkten op bijna elk sportcomplex reclameborden voor sigarettenmerken. Vooral de merken Winfield, Roxy (’n Roxy? Ja, graag!’) en Caballero waren goed vertegenwoordigd. Ook werden voor en na de wedstrijd en vooral in de rust reclameliedjes gespeeld. Een van de beroemdste voetbalstadionschlagers is waarschijnlijk de Caballero-jingle. Een simpel rijmpje op de muziek van het Leedy-trio, dat bij ontelbare voetballiefhebbers van middelbare leeftijd en ouder nostalgische herinneringen oproept.

Ay, ay, ay die Caballero
Dat is pas een sigaret.
Ja, ja, ja die Caballero,
Echt je dat en je van het!
Wat zeggen Theo en Fransje,
Wat zeggen Johnny en Jacques.
’t Is niet alleen de melange,
Maar ook de rijpe tabak!

Oud-Willem II ’er Don van Riel vertelde me dat midden jaren zestig door de spelers van alle clubs uit de Eredivisie bij opkomst van een wedstrijd een jack werd gedragen met op de rugzijde de sponsornaam van het sigarettenmerk Winfield. En na afloop van de wedstrijd kregen de spelers zelfs een slof Winfield-sigaretten per man uitgereikt! Tja, toen zag je op een pakje sigaretten nog hoe verleidelijk, vrouwelijk schoon een sigaret aanprees. Anno 2017 zijn de afbeeldingen drastisch veranderd!


Aflevering 134 - Willem II schrijft historie met bekerwinst in 1944

De bekerwinst van Willem II in het NVB-bekertoernooi van het seizoen 1943-1944 mag om diverse redenen met recht historisch worden genoemd. Allereerst omdat de weg naar de finale over maar liefst elf hordes ging. Achtereenvolgens rekende Willem II af met: TOP, Nevelo, WSC, Concordia SVD, Helmondia, Dongen, Hieronymus, Roosendaal, Emma, Blauw-Wit en PSV. Verder omdat Willem II – opmerkelijk en raadselachtig – tijdens de oorlog als enige club in de nationale (en club-)kleuren en onder een koninklijke naam voetbalde. Clubs waarvan de naam gelieerd was aan het Koninklijk Huis moesten op bevel van de Duitse bezetter onder een andere naam gaan spelen. De koninklijke ‘ k ‘ van de KNVB was in de oorlogsjaren ook al verdwenen. Vandaar de naam NVB-bekertoernooi, dat destijds overigens het toernooi om de Holdert-beker heette, vernoemd naar de schenker van de beker: Hak Holdert.

De finale van het toernooi werd gespeeld op 11 juni 1944 op het terrein van v.v. Eindhoven. Willem II’s tegenstander was Groene Ster uit Heerlerheide. Een tweede-klasser en bepaald geen toonaangevende club. Deze ploeg was mede zo ver in het toernooi gekomen, omdat weinig clubs een antwoord hadden op het stopperspilsysteem dat Groene Ster in het naburige Duitsland had afgekeken. Naud van der Ven, bestuurslid en mental coach van Willem II, bedacht echter samen met trainer Adriaan Koonings de juiste tegenzet. De Tricolores versloegen de Limburgers met maar liefst 9-2, tot nu toe de grootste uitslag in een bekerfinale. In de landelijke pers werden in het verslag van deze finale nogal eens fouten gemaakt betreffende de voornaam van de drie spelers bij Willem II met dezelfde achternaam Engel, namelijk Jan, Willy en Wim. De verslaggever van de “Nieuwe Tilburgsche Courant” kende het drietal en noteerde daarom in zijn verslag bij de doelpunten wel de juiste voornaam. Vier treffers waren van Willy en drie van Wim. Frans van Loon maakte het negental vol. Bondsvoorzitter Karel Lotsy stak zijn nek gevaarlijk ver uit, toen hij tijdens zijn huldigingsspeech de volgende woorden sprak over de winnende Tricolores. ’Ik behoef u niet te zeggen wat rood, wit en blauw voor ons zegt. Het zijn uw kleuren. Het rood: de liefde voor uw club, maar ook voor uw vaderland. Het blauw: de trouw aan die club, maar ook aan uw vaderland…...’ Zijn toespraak werd live uitgezonden door de radio, maar daar hadden ze inmiddels het geluid weggedraaid. Historisch was tenslotte ook dat Willem II in 1944 de laatste club was die de Holdert-beker kreeg uitgereikt. Die trofee prijkt niet in Willem II ’s prijzenkast, maar werd op verzoek van de voetbalbond in 1946 teruggestuurd. Na de oorlog was de naam Holdert niet meer aan het toernooi verbonden. De aloude naam KNVB-beker keerde terug en er kwam een nieuwe trofee. Een beker in de vorm van een dennenappel en van (destijds schaars en dus kostbaar) zilver!


Aflevering 133 - Don van Riel groeide uit van junior tot koningskind

Door een 2-0 overwinning op naaste concurrent Eindhoven werd het hoogste jeugdelftal van Willem II op 11 april 1964 kampioen en promoveerde daardoor naar de landelijke eerste divisie. Het succesvolle team van trainer Janus Spijkers (foto boven) was een hechte eenheid met een uitstekende wedstrijdmentaliteit. En maar liefst acht spelers maakten nadien hun opwachting in het eerste elftal van Willem II: Karel Straatman, Kees Brands, Jan Weeterings, Frie Nouwens, Toon van Orsouw, Harrie Meyer, Karel Vergunst en last but not least Don van Riel. Hij zou van deze acht uitgroeien tot de meest succesvolle speler. Ja zelfs tot koningskind van Willem II, een eretitiel voor spelers en trainers die in de loop der jaren het gezicht van de club bepaalden. 

Don begon zijn voetballoopbaan bij de voetbalclub Broekhoven. Op 14-jarige leeftijd sloot hij zich aan bij Willem II. Zijn debuut in het eerste elftal maakte hij op 3 november 1963 tegen BVV. De militaire dienstplicht, die hij als marechaussee vervulde, was er debet aan dat hij in zijn eerste betaald voetbaljaren slechts een klein aantal keren deel uitmaakte van de hoofdmacht. Maar later was hij jarenlang een vaste waarde. Aanvankelijk als rechtsbuiten, maar vervolgens ook als middenvelder en voorstopper. Hij speelde voor de Tricolores 271 officiële wedstrijden en scoorde 15 doelpunten. Don was kopsterk, had als spelverdeler een goede pass in de benen en beschikte over een prima instelling. En met name die laatste eigenschap was van belang. Don maakte in de beginjaren 70 namelijk ook de periode mee dat bij Willem II sprake was van betaald voetbal op zijn smalst. Bestuurlijk was er sprake van een crisis en de clubkas was zo goed als leeg. De club was ten dode opgeschreven en dreigde uit het betaalde voetbal te verdwijnen. Dankzij de inspanningen voorzitter Bert Schuerman en bestuurslid Leo Maas kon dit doemscenario worden afgewend. De naam van de club veranderde in SC Tilburg Willem II en om financiële redenen ging men trainen op de velden achter de Villa Blanca in Goirle, een zomerverblijf van de fraters van Tilburg. Voor de spelers was het behelpen, want ze konden zich daar niet eens fatsoenlijk wassen. Voor de wedstrijdbespreking kwamen de spelers bijeen in de kantine van de drukkerij van Leo Maas. En om met de ploeg naar de uitwedstrijden te reizen, kocht Maas een autobusje met een capaciteit van 22 personen. Ook de spelers zelf droegen hun steentje bij. Zo liepen ze bijvoorbeeld in de Heuvelstraat clubstickers te verkopen. Al bij al een periode waarover Don een boek zou kunnen schrijven. Het hoogtepunt van zijn carrière beleefde hij op 2 mei 1965, frappant genoeg tijdens zijn enige opwachting in het eerste elftal in dat seizoen 1964-1965. In de met 1-4 gewonnen wedstrijd tegen Blauw-Wit in het Olympisch Stadion in Amsterdam kwam hij na rust als invaller in het veld en scoorde Willem II’s derde treffer. Door deze zege promoveerde Willem II naar de Eredivisie. Uiteraard werd die promotie uitbundig gevierd. Door bemiddeling van voorzitter Schuerman mocht Don zich op maandagochtend op de kazerne melden in plaats van zondagavond. Toen hij zich echter ‘s maandags meldde, kreeg hij van zijn commandant te horen dat hij twee uren eerder aanwezig had kunnen zijn. Als straf kreeg hij twee dagen licht arrest. Op 7 oktober 2016 verliet Don net als in 1965 in feeststemming het Olympisch Stadion. Willem II won daar namelijk het eerste wandelvoetbaltoernooi voor Eredivisie Old Stars-teams. Don was een van de dragende krachten. Geen wonder, want nog wekelijks speelt hij wandelvoetbal in een Willem II-Longa- combinatieteam. De liefde voor het spelletje zal bij hem nooit verloren gaan!


Aflevering 132 - Het shirt van Willem II door de jaren heen

Op 5 oktober 1896 bepaalt het bestuur van Footballclub “Tilburgia” dat het officiële clubtenue bestaat uit: blauw-gele pet (in de kleuren van de stad Tilburg), wintertrui met blauw-gele strepen, en blauwe, korte broek met gele bies. Bijna niemand van de leden houdt zich echter aan dit reglement. Op 20 november 1898 speelt Willem II (zoals de club sinds 14 januari 1898 heet) in oranje truien. In het seizoen 1900-1901 treedt Willem II uit de N.V.B. en gaat spelen in de Eerste klasse van de Brabantsche Bond (B.V.B.). Het tenue wordt dan ingewisseld tegen witte blouses met oranje sjerpen en later rood-wit-blauwe sjerpen. Willem II lijkt in die jaren wel een kameleon. In 1903 speelt men in een rood-zwart geblokte trui (vijf rode blokken voor en achter).

In het seizoen 1903-1904 maken de rood-zwarte truien plaats voor een rood-wit-blauw gestreept hemd en blauwe broek met rode band. De club dankt dit shirt aan de Tilburgse fabrikantenfamilie Van den Bergh (van de AaBee Wollenstoffen- en Wollendekenfabrieken). Enkele leden van deze familie zitten rond de eeuwwisseling op de Weefschool (de latere Hogere Textielschool) in Enschede. Aldaar speelt voetbalclub “Prinses Wilhelmina” in rood-wit-blauwe shirts en de familieleden brengen deze shirts mee naar Tilburg. Later zijn de broeken wit, daarna zwart. Het tweede elftal brengt de witte broeken weer in de mode, wat later in de algemene vergadering van 6 juli 1927 op voorstel van Alphons van der Ven voor alle elftallen wordt vastgesteld. De broeken blijven definitief wit en het shirt blijft rood-wit-blauw gestreept. Ook wordt tijdens deze vergadering de kleur van de kousen officieel vastgelegd: grijs met een rood-wit-blauwe band. Uit foto’s blijkt echter dat de witte broek pas vanaf 1929 gemeengoed is binnen de club. In de jaren veertig en vijftig wordt het traditionele tricolore-hemd regelmatig vervangen door een helrood, oranje of blauw exemplaar. Opmerkelijk en tegelijk ook raadselachtig is het feit dat Willem II gedurende de gehele oorlogsperiode als enige club in de nationale (en club-)kleuren en onder een koninklijke naam mag voetballen. Vanwege het rood-wit-blauwe shirt worden de Tricolores ook bij uitwedstrijden door het publiek hartelijk begroet. Vanaf eind jaren vijftig gaat de vergelijking met een kameloen weer op. Op 6 maart 1960 treedt Willem II thuis tegen Feyenoord zelfs aan in een compleet nieuw kostuum. Een wit shirt met een rood-wit-blauwe badge op de borstzak en een rode broek. De vreugde over de nieuwe kledij is echter van korte duur. Scheidsrechter Leo Horn vindt dat het Tilburgse rood en wit storend werkt op het Rotterdamse rood en wit. Bij de toss geeft hij aan aanvoerder Jan Brooijmans de opdracht van tenue te wisselen. De Willem II’ers komen terug in een blauw shirt en witte broek. Het nieuwe, witte shirt wordt overigens later nog dikwijls gedragen. 

In 1972 heet de club officieel SC Tilburg. Een nieuw shirt moet de hervorming van SC Tilburg accentueren. Het is wit met aan de linkerkant een verticale rood-wit-blauwe band. In november 1972 geeft de KNVB Willem II zijn oude naam weer terug. Het oude, vertrouwde tricolore-shirt wordt weer uit de kast gehaald. In de jaren zeventig blijft het shirt wel rood-wit-blauw, maar de banen hebben een andere volgorde van kleur. En ook in deze periode treden de Tricolores nog regelmatig in een wit, rood of blauw shirt aan. Pas na de promotie naar de Eredivisie in 1979 keert het aloude tricolore-shirt weer terug. Maar de afwisseling met andere kleuren blijft. En als Willem II in september 1982 in Tempofoon BV zijn eerste hoofdsponsor heeft gevonden, presenteert de ploeg zich op 3 oktober thuis tegen Feyenoord in een gifgroen shirt met de merknaam Sansui als opdruk. Dat is voor menig supporter wel even schrikken. Gelukkig wordt het groene tricot al snel ingeruild voor het rood-wit-blauwe. Ook tijdens het sponsorschap van VZS en DVA wisselt het shirt nogal eens van kleur. Intussen is vroegere sponsor VZS opgegaan in de CZ Groep die per 1 februari 1992 hoofdsponsor wordt. De naam CZ Groep zien we niet alleen op het tricolore-shirt, maar ook op een blauw, oranje en wit. In de jaren negentig gaan alle clubs gebruik maken van een “officieel” uitshirt. Een shirt waarvan de kleur aan het begin van de competitie wordt vastgelegd. De kleur heeft vaak te maken met de huiskleur van de hoofdsponsor. En aangezien paars-aqua groen de huiskleur is van NV Interpolis, Willem II’s hoofdsponsor per 1 juli 1998, zien we de Tricolores vaak in deze niet-alledaagse kleurencombinatie opdraven. 

Met het oog op de deelname aan de Champions League grijpt Willem II in het seizoen 1999-2000 terug op het shirt waarmee de club in de jaren vijftig twee keer landskampioen werd. Een shirt met brede banen: nog maar negen in plaats van de dertien van het vorig seizoen. Bovendien wordt de donkere rand van het logo vervangen door een goudkleurige. Het uittenue wordt eind jaren negentig een mode-item. Elk seizoen een ander design en een andere kleur.Willem II en de opeenvolgende sponsoren Destil, Pondres, Euphony, John Beerens.com en Tricorp vormen daarop geen uitzondering. Gelukkig echter staat Willem II in het voetballand nog altijd bekend om zijn traditionele tricot. En hopelijk houden de “stoere kerels” zoveel mogelijk de drie deugden in ere die zijn gesymboliseerd in de kleuren van het prachtige clubshirt. Het rood van de liefde voor de club, het wit van de sportiviteit en het blauw van de clubtrouw.


Aflevering 131 - Fred Bravenboer: unpopular in the USA, gevierd recordhouder bij Willem II

Met de komst van doelman Fred Bravenboer naar Willem II in juli 1968 werd een oude band hersteld. Die tussen Bravenboer en trainer Jaap van der Leck, die Willem II’s nieuwe keeper destijds in Rotterdam de kneepjes van het vak leerde. Toen Fred zich als jonge knaap bij Feyenoord als lid meldde, maakte Van der Leck daar namelijk de (technische) dienst uit. Die zag wel wat in de lenige keeper en besteedde speciale aandacht aan hem. In die tijd ontstond een band tussen beiden. Toen Van der Leck echter bij Feyenoord vertrok, kon Fred in Rotterdam weinig goeds meer doen. Hij vertrok naar de amateurclub Neptunus en later naar Hermes DVS waar hij zijn eerste contract tekende. In februari 1967 waagde hij zich aan een Amerikaans avontuur. Hij vertrok naar het beloofde land met een contract met Pittsburgh Phantoms op zak. Bij die club ontbrak het hem aan niets. Een mooi huis met zwembad, een grote slee van een wagen en een riant salaris. Het publiek bleef echter weg. Begrijpelijk wanneer je bedenkt dat de doorsnee-Amerikaan geen flauw idee van voetbal had. Je kreeg als speler een ovatie voor een alledaagse, hoge kopbal, maar na de wedstrijd ook de vraag of je geen hoofdpijn had. Het wegblijven van het publiek leidde bij de profclubs tot een groot financieel tekort. Zo ook bij Pittsburgh Phantoms en na afloop van de eerste Amerikaanse voetbalcompetitie werd de club opgedoekt. En toen Pittsburgh Phantoms de financiële verplichting jegens de spelers niet meer na kwam, keerde Fred terug naar Nederland. Hij kwam weer in contact met Jaap van der Leck, toentertijd trainer van Willem II en Fred tekende bij de Tricolores een semi-profcontract. In juli 1968 vestigde hij zich in Tilburg en kreeg er ook een baan als vertegenwoordiger. Fred verdedigde tussen augustus 1968 en mei 1974 in 127 officiële wedstrijden het doel van Willem II en in mei 1974 sloot de lange, stevig gebouwde doelman zijn loopbaan in Tilburg af. Met een clubrecord in het betaalde voetbal op zak, want in het seizoen 1969-1970 van de Eerste divisie hield hij in zes opeenvolgende competitiewedstrijden het doel van de Tricolores schoon. Een mooi streefpunt voor Kostas Lamprou en diens opvolgers!.


Aflevering 130 - Marc Overmars: de vijfde versnelling


Op 21 juni 1991 tekende Marc Overmars een driejarig contract bij Willem II. Een vleugelaanvaller, klein van stuk, snel en wendbaar, die zowel met links als rechts goed uit de voeten kon. Met zijn overgang van eerste divisionist Go Ahead Eagles naar Willem II was destijds een bedrag gemoeid van naar verluidt 500.000 gulden (227.000 euro). Een flinke investering voor een 18-jarige speler die in Deventer pas 11 wedstrijden in het eerste elftal gespeeld had. Willem II’s hoofdscout Frans Bouwmeester had met zijn kennersblik Overmars aan het werk gezien toen die 17 was. Frans zag meteen dat dit een uitzonderlijk talent was. Op zijn gezag werd Marc door Willem II aangetrokken. Frans stelde zelfs zijn positie ter discussie als Willem II niet tot aankoop zou besluiten.Willem II wilde voorzichtig zijn met het jonge talent dat zich echter snel ontwikkelde en in no time doorstootte naar de selectie van het Olympisch elftal. Desondanks lieten veel zogenaamde kenners zich regelmatig sceptisch uit over Marc. Snelheid zou zijn enige wapen zijn. Op 14-jarige leeftijd werd Overmars al eens door Ajax, Feyenoord en PSV gewogen, maar te licht bevonden. Willem II leek te profiteren van de rekening die Marc met kritische scouts wilde vereffenen, want ook in de Eredivisie blonk hij uit. Hij speelde bij Willem II in het seizoen 1991-1992 meteen 31 wedstrijden en scoorde daarin één keer. Met zijn dribbelkunst, zijn vlammende demarrage en zijn tweebenigheid speelde hij zich al snel in de kijker van de topclubs. Het was dan ook niet de vraag óf Marc het hogerop zou gaan zoeken, maar wel wanneer. Willem II bleek voor hem de ideale springplank naar de top. Ajax meldde zich voor hem. In eerste instantie leek de transfer af te ketsen op de hoge vraagprijs van Willem II, naar verluidt 2.500.000 gulden (1.113.000 euro ). Maar na intensief onderhandelen bereikten beide partijen toch een akkoord. In de ogen van Bouwmeester liet Willem II Overmars te gemakkelijk gaan. Het bedrag dat de Amsterdammers neertelden - naar men zegt amper 2 miljoen gulden (900.000 euro) - vond hij veel te weinig. Frans voorzag waarschijnlijk al dat de carrière van Overmars een vlucht zou nemen. Via Ajax voor circa 15 miljoen gulden (7 miljoen euro) naar Arsenal en vervolgens samen met zijn ploeggenoot Emmanuel Petit voor 88 miljoen gulden (40 miljoen euro) naar FC Barcelona. In 2008 keerde Overmars terug naar Deventer. Bij de Eagles maakte hij zijn rentree en sloot hij na één seizoen zijn carrière in het profvoetbal af.


Aflevering 129 - Wie schiet “Big Mac” uit de geschiedenisboeken?

Op 29 juli 1981 tekende de 21-jarige Rob McDonald een tweejarig contract bij Willem II. Hij kwam van het pas uit de Eredivisie gedegradeerde Wageningen, waar hij als spits in het seizoen 1980-1981 15 van de 33 Wageningse treffers produceerde. Ook in Tilburg was hij erg trefzeker. In de 34 competitiewedstrijden die hij voor de Tricolores in het seizoen 1981-1982 in de Eredivisie speelde, scoorde hij maar liefst 21 keer. Bij Willem II werd met “Big Mac” dan ook niet het broodje hamburger bedoeld, maar de trefzekere Britse spits. Rob beschikte over een hard schot en was bovendien kopsterk. Hij was een echte nummer negen die altijd op de juiste plaats stond. Overigens scoorde hij meer dan tweederde van zijn doelpunten op aangeven van vleugelaanvaller Toon Nelemans. Die won niet voor niets de Schaduwschutter-trofee van Nederland, de prijs voor de speler met de meeste assists. Aanvankelijk zag het er niet naar uit dat Rob een clubrecord zou gaan vestigen. Het duurde tot de zesde wedstrijd voordat hij tot scoren kwam en bij de winterstop stond zijn teller na 16 wedstrijden pas op 7 treffers. Niettemin wilde met name NAC hem toen al graag inlijven, maar de betrokkenen werden het niet eens over een tussentijdse transfer. Gelukkig maar, want na de winterstop kwam Robs doelpuntenmachine met nog eens 14 treffers in 18 wedstrijden goed op gang. De prijsschutter werd meteen door veel clubs begeerd. Hij diende zijn contract bij Willem II dan ook niet uit, maar koos voor FC Groningen. Een transfer die zowel voor hemzelf als voor Willem II lucratief was. Exit dus Rob McDonald, maar bijna 35 jaar later staan zijn 21 Eredivisietreffers bij Willem II nog altijd als clubrecord in de boeken!


Aflevering 128 - Memorabele gele en rode kaarten

In augustus 1972 maakt het Nederlandse voetbal kennis met hervorming van het strafrecht. Voortaan trekken scheidsrechters bij bepaalde overtredigen de gele of rode kaart. De eerste Willem II-speler die tegen een kaart aanloopt, is Nico Hardeman (foto).

Hij krijgt geel op 23 augustus 1972 in de wedstrijd Helmond Sport – Willem II. Een memorabele kaart, maar uiteraard niet de enige die vermeldenswaard is. Er zijn in de loop der jaren aan Willem II-spelers prenten uitgereikt die menig supporter zich nog voor de geest kan halen. Herinnert u zich de volgende kaarten nog? In de wedstrijd Willem II – NAC op 29 maart 1986 verkoopt Henk Vos zijn tegenstander Hans van den Dungen een stevige klap in het gezicht. Het levert de NAC-verdediger een gebroken neusbeen en een scheurtje in de oogkas op en Vos een rode kaart en een forse schorsing die hem tot 24 mei aan de kant houdt. Op 1 juni 1997 staat voor Willem II de laatste wedstrijd van het seizoen op het programma thuis tegen FC Volendam. Het zal de afscheidswedstrijd worden van clubicoon John Feskens. Maar helaas krijgt John op 25 mei tegen PSV een gele kaart die hem een schorsing oplevert. Balen voor John, maar ook voor iedereen die al in de weer was om hem feestelijk uit te luiden. Op 20 oktober 1999 lijkt Willem II thuis tegen Sparta Praag op weg naar de eerste overwinning in de Champions League. Maar bij een 3-1 voorsprong tikt Tomás Galásek in het strafschopgebied zijn directe tegenstander aan. Het levert hem de zwaarst denkbare straf op: rood en een strafschop. Vanaf dat moment zit alles tegen en de wedstrijd eindigt voor de Tricolores in een deceptie (3-4 verlies). In het seizoen 2010-2011 krijgt Arjan Swinkels zowel thuis tegen VVV als uit tegen FC Groningen van scheidsrechter Kevin Blom een rode kaart. Beide keren onterecht naar later blijkt. De kaarten worden weliswaar geseponeerd, maar Willem II voelt zich terecht zwaar bekocht! En nog vers in het geheugen zit uiteraard de rode kaart die Anouar Kali op 21 september 2016 in de bekerwedstrijd tegen Ajax krijgt. Hij is daarmee de eerste speler ter wereld die door een videoscheidsrechter van het veld wordt gestuurd. Welke hervorming van strafrecht op voetbalgebied er in de toekomst ook nog komt, gele en rode kaarten zullen altijd onderwerp van gesprek blijven!


Aflevering 127 - Willem II in zestig jaar Eredivisie (1956-2016)


2-9-1956 Willem II - Feyenoord. Eerste speeldag in de Eredivisie. Het elftal van Willem II. Staand v.l.n.r.: De Jong, Brooijmans, Formannoy, Van Roessel, Van Loon, Van Beers, De Wit. Gehurkt v.l.n.r.: De Zwart, Feijt, Van Bladel, Koopal. 

Zestig jaar geleden konden op het eind van het voetbalseizoen 1955-1956 achttien clubs zich plaatsen voor de nieuw te vormen Eredivisie. Die zou gaan bestaan uit de bovenste negen clubs van de eindrangschikking van de twee Hoofdklassen. Willem II eindigde in de Hoofdklasse B als zevende en plaatste zich daarmee. Voor het eerst in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal werden de sterkste clubs van het land verenigd in één enkele competitie, zonder verdeling naar geografische ligging. Voorafgaand aan de start van de Eredivisie werd bij Willem II een structuurwijziging doorgevoerd. Er kwam een adviescollege die de touwtjes voor een groot deel in handen nam en een commissie die werd belast met de sociale voorzieningen van de contractspelers. De zakelijkheid drong ook bij Willem II door. Het geld moest op de juiste manier worden besteed. Vandaar dat het zestigjarig bestaan van de club in 1956 minder uitbundig gevierd werd dan voorgaande jubilea. De algemene opinie was, dat Willem II het in het eerste Eredivisie-seizoen wel zou klaren. Maar de ploeg bleek geen eenheid en bovendien traden langdurige blessures als spelbreker op.

Willem II eindigde op de zeventiende plaats en degradeerde rechtstreeks. Opvallend genoeg met praktisch hetzelfde elftal dat in 1955 nog landskampioen werd en nog wel versterkt was door de komst van international en goalgetter Coy Koopal (VVV, foto) en verdediger Louis de Zwart (Longa)! Willem II verloor twintig van zijn vierendertig wedstrijden en in de helft van die gevallen ging het om een nederlaag met één doelpunt verschil. De Tricolores kwamen een jaar later weer terug in de Eredivisie en ook in 1965, 1979, 1987, 2012 en 2014 lukte het de club om weer op het hoogste plan terug te keren. Tot en met het seizoen 2015-2016 heeft Willem II veertig seizoenen in de Eredivisie gespeeld en op de eeuwige ranglijst van de Eredivisie nemen de Tricolores de twaalfde plaats in met als score: 1352 (gespeeld), 411 (winst), 310 (gelijk), 631 (verlies) Willem II scoorde 1890 doelpunten, waarvan topscorer Coy Koopal er 94 voor zijn rekening nam en moest 2429 treffers incasseren.


Aflevering 126 - Ereleden en Leden van Verdienste in 120 jaar Willem II

Binnen elke vereniging zijn er mensen die een opmerkelijke bijdrage hebben geleverd of nog leveren aan het reilen en zeilen binnen die vereniging. Mensen die vanwege hun verdiensten een bijzondere status hebben ten opzichte van “gewone” leden. Die status komt tot uiting in twee eretitels, namelijk Lid van Verdienste en nog een treetje hoger Erelid. Eretitels die gepaard gaan met een zilveren en gouden verenigingsspeld. In het jubileumboek “Willem II veertig jaar” staat te lezen dat Willem II in 1901, dus vijf jaar na de oprichting op 12 augustus 1896, reeds drie Ereleden kende. Dat waren Richard van Nunen ( de eerste voorzitter), Jos Hoosemans (de tweede voorzitter) en Gerard de Ruiter ( de oprichter, ex-captain en secretaris). In de vroege jaren werd je blijkbaar vrij snel voorgedragen voor benoeming. Tegenwoordig is dat wel anders. Leden met bijzondere verdiensten voor de club konden bij Willem II vanaf 1946 ook met een andere eretitel worden beloond. Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de club werd namelijk het Lidmaatschap van Verdienste ingesteld. En er werd meteen gestrooid met deze nieuwe eretitel, want op 14 augustus 1946 benoemde de club in één keer dertien leden tot Lid van Verdienste. Menige vereniging hanteert het principe van bevordering, dus eerst Lid van Verdienste en dan Erelid. Bij Willem II is dat nooit het geval geweest. Wel kent de club van oudsher nog een extra eretitel, namelijk die van Erevoorzitter. De oud-voorzitters Gerard Passtoors, Fred Mutsaerts en Wim Groels smaakten het genoegen om deze titel te mogen dragen. Dat Willem II een groot aantal gedecoreerde leden kent, is voor de club iets om trots op te zijn. Laten we dat dan ook uitdragen!

 

Ereleden

 

Benoemd in

1. Richard van Nunen

1898

2. Jos Hoosemans

1898

3. Gerard de Ruiter

1898

4. Herman van den Berg

?

5. Beb van den Bergh

1925

6. Harry Mommers

1925

7. Janus van Beurden

1925

8. Maup Hollander

1927

9. Alphons van der Ven

1929

10. Gerard Passtoors

1931

11. Cas Boes

1932

12. Jos van Son

1935

13. Fons Kleintjes

1936

14. Fred Mutsaerts

1938

15. Harrie van Gerwen

1939

16. Fons Caspanni

1946

17. Theo Knegtel

1946

18. Arnaud P.M.van der Ven

1950

19. Ad van Lil

1962

20. Harrie Jurgens

1962

21. Pastoor Wijnand van der Waarden

1964

22. Gust Smulders

1964

23. Jos de Kock

1965

24. Louis van der Weijst

1973

25. Joop van Brussel

1973

26. Janus Spijkers

1980

27. Boudewijn Gerritsen

1993

28. Peter Année

1996

29. Jan Vioen

1996

30. Wim Groels

1996

31. Arnaud J.M.van der Ven

2003

32. Ton van Bijsterveldt

2005

33. Jan Vullings

2006

34. Jan van Beurden

2014

35. Rinus Versluis

2016

36. Peter van Ierland

2016

N.B. Op 27 juli 1964 werd de benoeming geweigerd door Harrie Waijers.

Leden van verdienste

 

Benoemd in

1. Leo van Beurden

1946

2. Louis Schollaert

1946

3. Henk Mes

1946

4. Jan Scholberg

1946

5. Jos van Blerk

1946

6. Harrie Jurgens

1946

7. Bas Menheere

1946

8. Jef Maas

1946

9. Harrie de Swart

1946

10. Gerrit Hendriks

1946

11. Gust Smulders

1946

12. Louis van Riel

1946

13. Leo van der Velden

1946

14. Wim Engel

1950

15. Jan Brooijmans

1968

16. Harrie Hensen

1968

 17. Frans van Morkhoven

1968

18. Engelbert Smolders

1975

19. George Pladet

1987

20. Gerard Picokrie

1988

21. Cees Verboven

1988

22. Peter Année

1991

23. Mark van Boekel

1994

24. Piet de Jong

1997

25. Arnaud J.M.van der Ven

1997

26. Berry Embregts

1998

27. Jan Smarius

1998

28. Stan Verschuuren

1998

29. Rinus Versluis

1998

30. Jan van Beurden

1999

31. Dré van Nieuwkuijk

1999

32. Cor Stolzenbach

1999

33. Peter Galle

2000

34. Joep Vrijdag

2001

35. Marc Willems

2004

36. Jan Melis

2005

37. Peter van de Wouw

2005

38. Fons van der Weijst

2009

39. Hans Visser

2010

40. Jan van Gool

2015

N.B. Op 16 december 1994 werd de benoeming geweigerd door Jan van Tuijl.


Aflevering 125 - Het Zilveren Bal Toernooi

Is er op voetbalgebied iets mooiers dan bekervoetbal? De FA Cup in Engeland, de Copa del Rey in Spanje en bij ons de KNVB beker zitten elk seizoen vol verrassingen, maar zijn in het hedendaagse voetbal slechts een troostprijs. Vroeger was er de Zilveren Bal, een beker die meer aanzien had dan de (K)NVB beker en die als een echte hoofdprijs werd gezien. Het (K)NVB bekertoernooi werd toentertijd aan het eind van het seizoen tegelijk gespeeld met de kampioenscompetitie. Hierdoor deden de beste clubs van Nederland vaak niet mee. In 1901 kwam het Rotterdamse Sparta met het idee om voorafgaand aan het nieuwe seizoen de beste clubs uit het land uit te nodigen voor een kwalitatief goed bezet toernooi om de Zilveren Bal. Als plaats van handeling werd het Sparta-kasteel (Spangen) gekozen. Men speelde drie weekends achtereen en dit was een doorslaand succes. Elke week was het volle bak met supporters, die na een lange zomer wel weer wat voetbal konden gebruiken. De wedstrijden trokken dan ook duizenden toeschouwers. Wanneer een club de beker drie keer achtereen of vijf keer in totaal won, dan mocht die hem houden. HVV uit Den Haag stapte na de eerste editie als winnaar van het veld. Het voetbal stond natuurlijk op de voorgrond, maar de Rotterdamse toernooicommissie besteedde ook veel aandacht aan het “Bourgondische”. De clubs verbroederden ’s avonds bij een overvloedig diner met veel drank en sloten vriendschappen voor het leven. In 1916 won Willem II het prestigieus toernooi voor het eerst. Op 17 september mocht aanvoerder Harry Mommers de trofee in ontvangst nemen. Hij deed dat gehuld in de traditionele witte badjas die bij de winnaar van de Zilveren Bal hoorde. Ook in 1917 en 1921 waren onze Tricolores de winnaars. Na de Tweede Wereldoorlog heeft het toernooi aan belangrijkheid ingeboet. Na de editie van 1954 werd het betaald voetbal binnen de KNVB ingevoerd. Dat strookte niet met de amateurgeest van de Zilveren Bal toernooicommissie. In 1955 was er geen toernooi en een jaar later hield de commissie nog één keer een toernooi met uitsluitend amateurverenigingen. De winnaar was HVV, uitgerekend de club die ook de eerste uitgave van het toernooi in 1901 won. Na 55 jaar was de cirkel rond!


Aflevering 124 - Van amateurs naar semi-profs

In 1954 richt Egidius Joosten in Geleen zijn profclub Fortuna ’54 op. Elders in het land ontstaan nog negen andere profclubs, namelijk: Alkmaar, Amsterdam, De Graafschap, Den Haag, Rapid’54, Rotterdam, Twentse Profs, Utrecht en Venlo. Op 14 augustus 1954 starten Egidius Joosten en zijn bondgenoten de competitie van de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond (NBVB), met de wedstrijd Alkmaar – Venlo. De NBVB wordt eerst wat schamper bekeken en bekritiseerd door de KNVB. Die wilde aanvankelijk geen betaling invoeren, maar komt onder druk te staan. Enerzijds door de oprichting van de profbond met aantrekkelijke elftallen, anderzijds door een gezamenlijke actie van verschillende eerste klassers. Na veel vergaderen gaat de KNVB op 3 juli 1954 overstag en besluit ze om in de eerste klasse betaling toe te staan. De amateurs worden semi-profs en ontvangen voortaan geld voor hun prestaties. Het gaat vooralsnog eerder om tientjes dan om honderdjes, maar legaal is het wel, nadat jarenlang met betaling in natura en geld onder de tafel was gewerkt. De Willem II-spelers beurden 55 gulden voor een zege in een uitwedstrijd. Naar de huidige munt omgerekend: 24,96 euro. Een thuiszege werd gehonoreerd met 45 gulden, een gelijkspel buitenshuis met 40 en thuis met 30. Een verliespartij leverde nog 20 gulden op.


19 oktober 1954. Het eerste contract bij Willem II.

In september 1954 zijn er twee competities betaald voetbal in ons land. Die van het profvoetbal (de NBVB) en die van het semi-profvoetbal (de KNVB), met deelname van Willem II in de Eerste klasse C. Op 5 september 1954 speelt Willem II in Kerkrade tegen de gelijknamige club zijn eerste wedstrijd in het betaald voetbal. De Tricolores winnen met 0-1. De spanning tussen de NBVB en de KNVB is aanvankelijk groot. Gesprekken brengen de kemphanen echter dichter bij elkaar. Na negen speeldagen brengt de KNVB een overeenkomst tot stand met de NBVB. Op 13 november 1954 sluiten KNVB-voorzitter Hans Hopster en NBVB-voorzitter Egidius Joosten in Utrecht vrede. Joosten neemt plaats in het hoofdbestuur van de KNVB en in heel Nederland zal voortaan betaald voetbal worden gespeeld. De reeds aangevangen competities van zowel de NBVB als de KNVB worden stopgezet en geannuleerd. De profteams worden opgenomen in de Eerste klasse van de KNVB. De NBVB houdt op te bestaan. Op 28 november 1954 gaat de eerste officiële betaalde competitie van start met vier afdelingen van elk veertien clubs. Willem II komt uit in de Eerste klasse B van de KNVB en begint met een thuiswedstrijd tegen Elinkwijk.


Aflevering 123 - Willem II: ervaringsdeskundige in play-offs

Foto: De Tilburgse Koerier van donderdag 11 mei 2006

Willem II beschikt over de eigenschap om povere seizoenen met een volksfeest te besluiten. Het seizoen 2015-2016 vormde daarop geen uitzondering. Afgelopen weekend ontspon zich een volksfeest in en rond het stadion, omdat Willem II er in slaagde om ten koste van aartsrivaal NAC het Eredivisieschap te behouden. Al twee keer eerder was dat de Tricolores gelukt, namelijk in 2006 en 2010, toen de club via de play-offs voor promotie/degradatie het vege lijf wist te redden. Een interessant toetje zo’n nacompetitie. Voor de Eerste divisieclubs zijn het wedstrijden waar ze erg naar hunkeren, maar voor de Eredivisieclubs zijn het wedstrijden waarop ze niet tuk zijn. Voor hen valt er namelijk veel te verliezen en niets te winnen. Met het kwaliteitsverschil tussen de deelnemende clubs valt het best mee, omdat de Eredivisieclubs meestal bol van de spanning staan. Tien jaar geleden was Willem II voor het eerst tot de play-offs voor promotie/degradatie veroordeeld, omdat de club het seizoen 2005-2006 als nummer 17 had afgesloten. FC Zwolle was de eerste tegenstander waarmee moest worden afgerekend. In Zwolle werd het 2-4 en de return in Tilburg leverde een 6-2 zege op voor de Tricolores. Een ruime, maar geflatteerde zege en trainer Kees Zwamborn besefte dat zijn ploeg nog een zware hindernis vol valkuilen te gaan had. Die hindernis was De Graafschap en van de Superboeren kon felle weerstand worden verwacht. In Doetinchem verschafte invaller Zsombor Kerekes Willem II echter een riante uitgangspositie. De spits van wie het hele seizoen niet veel te zien was geweest, knikte Willem II naar de 0-1 zege. Het leek veel op een gestolen overwinning, maar geen Tilburger die daar om maalde. Voor een vol huis prolongeerde Willem II in de return op dinsdag 9 mei 2006 via een 2-1 zege het Eredivisieschap. Moussa Dembélé en Kemy Agustien tekenden voor de Tilburgse treffers. De fans gingen uit hun dak. Begrijpelijk, want het seizoen 2005-2006 had maar bitter weinig reden tot vreugde gegeven. Dat de spelers van Willem II uitbundig meededen aan de activiteiten, was toch een tikje vreemd. Een seizoen lang presteerden ze namelijk beneden hun kwaliteit. Maar de nacompetitie maakt nogal gauw helden!


Aflevering 122 - Over sportiviteit gesproken


Foto: Het Nederlands elftal. Gehurkt in het midden: André Roosenburg

Op 16 juni 1949 maakte Jan van Roessel in de interland Finland – Nederland zijn debuut in het Nederlands elftal. De keuzecommissie van de KNVB had hem verkozen boven zijn concurrent André Roosenburg, de midvoor van Sneek. Jan gaf zijn debuut extra glans door meteen twee keer te scoren. Hij was dan ook zo goed als zeker van de midvoorplaats in de volgende interland, die tegen België op 6 november. Maar in de herfst brak hij in de semi-interland Zuid-Nederland tegen Luxemburg zijn been. Zijn logische vervanger in Oranje was André Roosenburg. Een boom van een midvoor, meer dan 1 meter 90 lang, breedgeschouderd, voorzien van een hard schot en ook nog sterk in de lucht. Of hij in het veld een sportieve speler was, is mij niet bekend. Maar wel weet ik, dat hij destijds een staaltje van sportiviteit liet zien dat veel respect afdwingt. Hij schreef Jan van Roessel op 28 oktober 1949 namelijk de volgende brief.

Beste sportvriend.

“De een zijn dood is de ander zijn brood” is een bekend spreekwoord. En zoals ik dit zelf heb meegemaakt na mijn in Engeland opgelopen blessure, zo zit (of liever lig) jij nu in hetzelfde schuitje en ben je de plaats welke je ontegenzeggelijk toekwam, kwijtgeraakt. Dat juist ik het ben die weer het geluk heb gehad om uitverkozen te worden om jouw plaats in te nemen, zal hopelijk een kleine troost voor je zijn. Want hieruit is duidelijk gebleken, dat ook voor jou die kans weer in de toekomst verborgen ligt. Ik hoop echter, dat ik het tot een goed resultaat zal brengen tegen de Belgen en dat, na je herstel, we samen eens in een oefenwedstrijd zullen uitmaken wie nu eigenlijk het beste van ons beiden is. Wellicht ben je enigszins verbaasd deze brief van mij te ontvangen, maar ik weet wat het is om hulpeloos in bed te liggen, terwijl je zeker was van een plaats in het Oranje team. Ik heb toen nooit een teken van medeleven ontvangen van officiële zijde of anderzijds en dat heeft mij toen wel enigszins gegriefd. Doch na lezing van dit schrijven, zul je hopelijk tot de ontdekking gekomen zijn, dat degene die je plaats zal innemen, in ieder geval met je meeleeft en niets liever wenst dan een algehele en spoedige beterschap. Het allerbeste, kop op en houd je taai.

Je sportvriend,
A.H.Roosenburg

Het door Roosenburg aangehaalde spreekwoord “De een zijn dood is de ander zijn brood” hoor je ook nu nog overal, maar een dergelijk staaltje van sportiviteit moet je anno 2016 toch wel met een grote lantaarn zoeken!


Aflevering 121 - Slot van serie over de voorzitters van Willem II

De dertiende in de rij: Hans Verbunt

Joannes Maximilianus Wilhelmus Verbunt (roepnaam Hans) is geboren in Tilburg op 29 december 1951. Aan de hand van zijn vader ging hij eind jaren 50 al mee naar het Gemeentelijk Sportpark voor een wedstrijd van Willem II. Hans voetbalde in schoolverband en deed aan honkbal en basketbal. Zijn maatschappelijke loopbaan bracht met zich mee, dat hij Willem II weliswaar uit het oog verloor, maar niet uit het hart. Hij volgde een studie makelaardij. En omdat hij ook goed onderlegd wilde zijn op financieel gebied, kwam Hans in aanraking met de bankwereld. Overigens niet voor het eerst, want zijn vader was procuratiehouder van de toenmalige NMB bank. Hans zette zelf een filiaalloze bank op en was een van de grondleggers van het direct- en internet bankieren. Met het daarmee verdiende geld zette hij in Duitsland een nieuwe bank op: Entrium Direct Bankers. In 2003 verkochten hij en zijn medebestuurders die aan de ING bank, waar Hans commissaris werd. Hij had een lange, internationale carrière. Werkte in diverse Europese landen en in Amerika. Hij zat aan de top van het internationale bankwezen. Bij zijn terugkeer naar Nederland in 2000 wilde hij wat voor Willem II betekenen. In Tilburg genoot hij echter door zijn verblijf in het buitenland geen grote bekendheid. Hij adviseerde Willem II, toen de club geldschieters zocht en nam zitting in het bestuur van de Businessclub. Hij adviseerde ook jonge ondernemers. Per 1 oktober 2004 werd hij lid van de Raad van Bestuur van Willem II. Tijdens zijn gehele loopbaan was hij via zijn ondernemingen persoonlijk betrokken bij sportsponsoring, waaronder voetbal. Toen Wim Groels zich in maart 2005 wegens ziekte terugtrok uit de organisatie van het WK Voetbal onder 20 jaar, verving Hans hem als directeur van de speelstad Tilburg. Op 22 november 2005 werd hij tijdens de jaarlijkse algemene vergadering van aandeelhouders benoemd tot nieuwe voorzitter van Willem II. Per 1 maart 2006 nam hij de voorzittershamer over van Jan Vullings. Diverse gebeurtenissen zorgden ervoor dat het functioneren van Hans als bestuursvoorzitter nogal eens ter discussie stond. De publieke opinie was, dat van een duidelijke visie geen sprake meer was en dat beleidsfouten Willem II aan de rand van de afgrond brachten. Hans pareerde de kritiek en verdedigde zijn beleid. Maar, mede ingegeven door de tegenvallende sportieve prestaties en de slechte financiële situatie van de club, werd de roep vanuit supporterskringen om zijn aftreden steeds sterker. Op 13 januari 2010 legde hij per direct zijn functie neer. Hij bleef een band met de club houden, want hij is een trouw bezoeker van de thuiswedstrijden. Hans Verbunt is (voorlopig) de laatste persoon die bij Willem II de functie van voorzitter heeft bekleed.