Uit de oude doos: aflevering 101 - 120

Aflevering 120 - Vervolg van serie over de voorzitters van Willem II

De twaalfde in de rij: Jan Vullings

Johannes Mathijs Vullings (roepnaam Jan) is geboren op 15 november 1936 in Ottersum (Gennep). Hij volgde het gymnasium en studeerde vervolgens Rechtsgeleerdheid in Nijmegen. Naast de studie was er ook tijd voor voetbal. Jan verdedigde jarenlang het doel van Achates in Ottersum. Na zijn studies volgde hij de infanterieopleiding. Na verloop van tijd werd hij secretaris van de Krijgsraad in Arnhem. In april 1965 trad hij in dienst bij de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank in Eindhoven en later de Rabobank. In 1972 volgde de overstap naar De Lage Landen N.V. waar hij eerst directeur en vervolgens algemeen directeur werd. In 1988 keerde Jan terug naar het bankwezen en werd hij directeur Particulieren van Rabobank Nederland. In 1993 kwam hij bij Interpolis. Daar klom hij op tot voorzitter van de hoofddirectie. Een functie die hij tot het bereiken van zijn pensioengerechtigde leeftijd in 1998 vervulde. Toen het bestuur van Willem II hem in 1996 vroeg om Wim Groels op te volgen als voorzitter van de club, gaf hij Willem II zijn jawoord na overleg met Herman Wijffels, president-commissaris van Interpolis. Op 13 december 1996 werd Jan voorzitter van Willem II. Daarmee stak hij zijn nek uit. Wim Groels opvolgen was immers geen sinecure en bovendien was Jan voor velen een onbekende. Maar hij sloeg zich er aardig doorheen. Met het aanstellen van Co Adriaanse als nieuwe trainer werd met Jan Vullings aan het roer bij Willem II een succesvolle periode ingeluid. Na 35 jaar plaatste de club zich in 1998 weer voor Europees voetbal en een jaar later zelfs voor de Champions League. Onder het bewind van Vullings steeg de begroting naar een hoogte van 12 miljoen euro. Ook kreeg de club een andere structuur. Op 18 december 2000 kwam namelijk de juridische scheiding tussen de profs en de amateurs tot stand. Een scheiding waarover de meningen binnen de club nogal verdeeld waren. Verder werd de Ledenraad in het leven geroepen met als taak: het waken over de clubcultuur, over de band tussen de amateurs en de BVO en over de relatie tussen Willem II, de bevolking en het gemeentebestuur van Tilburg. Naast zijn werkzaamheden voor Rabobank en Interpolis ontplooide Jan ook als particulier veel activiteiten. In Tilburg onder andere als lid van de Raad van Commissarissen van de Stichting De Wever en van de Stichting Kinderstad Tilburg en als voorzitter van Theater De Nieuwe Vorst. In 1998 nam Jan afscheid van Interpolis. Hij werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Namens de gemeente Tilburg kreeg hij de Zilveren Legpenning. Om statutaire redenen trad Jan na negen jaar af als voorzitter van Willem II en droeg hij per 1 maart 2006 de voorzittershamer over aan zijn opvolger Hans Verbunt. Bij zijn afscheid werd Jan Vullings benoemd tot erelid van de club. Hij werd lid en later bestuurslid van de Oude Glorie. Eind 2014 trad hij uit dit bestuur, maar bleef wel lid van de Oude Glorie. En als zodanig en ook als vaste bezoeker van de thuiswedstrijden heeft hij nog altijd een band met Willem II.


Aflevering 119 - Vervolg van serie over de voorzitters van Willem II

Wim Groels

De elfde in de rij: Wim Groels
Wilhelmus Leonardus Groels (roepnaam Wim) werd geboren op 10 december 1933 in Tilburg. In zijn jeugdjaren was hij al een fervent Willem II-supporter, die echter ook liefde opvatte voor de hockeysport. Met name voor de Tilburgse club Forward waarvoor hij jarenlang als doelverdediger actief was. Wim begon in 1959 een drukkerij in de Van Hogendorpstraat. Drie jaar later werd deze behuizing verruild voor een bedrijfspand in de Valkenjachtstraat. Niet alleen als eigenaar/directeur van drukkerij Groels en als doelman van Forward was Wim in Tilburg een bekend persoon, maar ook als de stadsprins van Kruikenstad tijdens het carnaval van 1980 en 1981.Vanaf 6 september 1982 zou hij een belangrijke rol gaan vervullen in de geschiedenis van Willem II. Op die dag benoemde de ledenvergadering hem tot voorzitter van de club. Daar was het nodige aan voorafgegaan. Willem II had surséance van betaling moeten aanvragen en werd ernstig in haar bestaan bedreigd. Met enkele vrienden bood Wim Groels zijn diensten aan bij bewindvoerder Franken. Het einde van het liedje was, dat aan Wim gevraagd werd om een nieuw bestuur te formeren, hetgeen geschiedde. Dit nieuwe bestuur werd in de volksmond smalend ”hockeybestuur” genoemd, omdat de meeste leden elkaar via deze sport kenden. Het trad aan met als opdracht de organisatie van de club te verbeteren, maar in eerste instantie vooral de financiële problemen op te lossen. De club kampte in deze periode met een schuldenlast van bijna 3 miljoen gulden (1.360.000 euro). Het bestuur ging voortvarend te werk. Op 21 september 1982 werd met het Tilburgse bedrijf Tempofoon een tweejarig sponsorcontract afgesloten en op 27 november van datzelfde jaar speelde Willem II in eigen stadion voor het eerst met kunstlicht. Wim Groels en de zijnen werkten met grote inzet en met succes aan de schuldsanering. Op 24 februari 1984 kwam een einde aan de surséance van betaling en kon Willem II met een schone lei beginnen. Wim was niet alleen een markante voorzitter die de club krachtig en levenslustig leidde, maar ook een groot bouwheer. In 1985 kwam er bij het oude stadion een nieuw clubhuis als een zichtbaar symbool van de wederopstanding van de club. Voor de amateurs en de jeugdafdeling verscheen er een paviljoen en als kroon op het werk vond op 31 mei 1995 de opening plaats van het nieuwe stadion. Wim nam vele initiatieven en toonde een brede interesse. Hij liet als een echte verenigingsman zijn gezicht zien bij nagenoeg alle evenementen van de club. Ook bij de jeugd en de amateurs. Daarnaast vond hij nog tijd voor het voorzitterschap van de gedragscodecommissie van de KNVB. Als voorzitter van Willem II was het bijzonder geslaagde eeuwfeest van de club in augustus 1996 voor hem een hoogtepunt. Op 13 december 1996 droeg hij om statutaire redenen de voorzittershamer over aan Jan Vullings en werd hij benoemd tot erevoorzitter. Hij ontving bovendien de Zilveren Legpenning van de gemeente Tilburg en werd een week later ook lid van verdienste van de KNVB. Wim bleef Willem II trouw. In 2001 kwam het Comité Oud-Willem II tot stand. Onder voorzitterschap van Wim organiseerde dit Comité activiteiten die de oud-spelers herenigden en de onderlinge band versterkten. Tevens was hij nog voorzitter van de Ledenraad, totdat een ernstige ziekte zich bij hem openbaarde waaraan hij op 5 april 2005 in Tilburg overleed.


Aflevering 118 - Vervolg van serie over de voorzitters van Willem II

De tiende in de rij: Jan Vioen
Johannes Aloysius Vioen (roepnaam Jan) is geboren op 1 oktober 1939 in Leiden. In 1969 vestigde hij zich als huisarts in Berkel-Enschot. Via dorpsgenoot, patiënt en vriend Fons van der Weijst, de latere penningmeester van de club, kwam hij in contact met Willem II. Hij maakte kennis met voorzitter Bert Schuerman, eveneens huisarts, en zo kwam van het een het ander. In 1970 werd Jan lid van Willem II en in 1972 ging hij de medische begeleiding doen van de spelers, samen met Fons Schuerman. Inderdaad: de zoon van. In 1974 werd Jan “officieel” clubarts bij Willem II. In de jaren ’70 was hij ook een aantal jaren bondsarts voor de Nederlandse Motorsportbond. Toen Bert Schuerman op 26 januari 1977 stierf, werd Jan gevraagd om hem als voorzitter van Willem II op te volgen.

Jan Vioen

Hij hoefde er niet lang over na te denken en op 22 juni 1977 volgde zijn benoeming. Het werd een gecombineerde functie: clubarts en voorzitter. Op dat moment verkeerde de club financieel in zwaar weer. Enkele geldschieters saneerden de schulden. In 1979 leek het de club weer voor de wind te gaan, toen Willem II naar de Eredivisie promoveerde. Maar een paar jaar later ging het door inschattingsfouten jammer genoeg weer mis. De club balanceerde op het randje van een faillissement. Op 6 september 1982 trad het bestuur af. Per die datum werd Jan als voorzitter opgevolgd door Wim Groels.

Als clubarts bleef hij Willem II echter trouw, ook toen hij van 1983 tot 1995 voorzitter was van de EHBO Noord-Brabant. Dat Jan Willem II na de bestuurswisseling trouw bleef, sierde hem, want aftredende bestuursleden zie je later zelden terug in andere uitvoerende functies. Jan houdt van een goede sfeer en is zelf een echte gangmaker. De spelersgroep genoot van zijn solozang in de bus na een gewonnen uitwedstrijd en bij feestelijke gelegenheden. Vanwege zijn vele verdiensten voor de club werd hij op 17 augustus 1996 benoemd tot erelid van Willem II. Bij die ene onderscheiding bleef het niet. Op 29 april 2003 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Op 27 december 2010 was hij 40 jaar onafgebroken lid van Willem II en op 19 januari 2011 ontving hij de bijbehorende verenigingsspeld. Op 10 mei 2012 ontving hij bij zijn 40 jarig jubileum als clubarts de Zilveren Legpenning van de gemeente Tilburg. Op 10 mei 2015 nam Jan op 75 jarige leeftijd in het Koning Willem II stadion officieel afscheid als clubarts. Willem II gaf hem een welverdiend, groots afscheid. De gemeente Tilburg eerde hem met de Tilburg Trofee en van de KNVB ontving hij de Zilveren Speld. Op 17 mei 2015 zat Jan ‘Doc’ Vioen bij de wedstrijd Cambuur Leeuwarden – Willem II voor het laatst als clubarts van Willem II op de bank. Maar als voorzitter van de “Oude Glorie” en als lid van de Clubraad is hij gelukkig nog altijd nauw met de club verbonden.


Aflevering 117 - Vervolg van serie over de voorzitters van Willem II

De negende in de rij: Bert Schuerman

foto: Voorzitter Schuerman werd niet alleen figuurlijk, maar hier ook letterlijk op handen gedragen door (v.l.n.r) de spelers Rinus Formannoy, Piet van Beers en Jan van Roessel.

Albertus Antonius Josephus Schuerman (roepnaam Bert) werd geboren op 16 maart 1906 in het Zeeuwse Stoppeldijk. Hij studeerde medicijnen, trouwde op 7 december 1932 met Bertha Alphonsina Maria Buijsrogge en vestigde zich op 18 januari 1933 als huisarts in de Tilburgse wijk Broekhoven. In de bestuursvergadering van 3 maart 1936 werd hij geïnstalleerd als bestuurslid van Willem II. Op 4 juli 1939 werd hij vice-voorzitter en op 2 augustus 1945 nam hij de voorzittershamer over van zijn voorganger Gilbert Buddemeijer. Tot aan zijn overlijden had “d’n dokter” zoals hij in voetbalkringen door het leven ging, de supervisie. Onder zijn bezielende leiding beleefde Willem II grote successen zoals twee landstitels en een bekertriomf, maar ook tijden van kommer en kwel, zowel op financieel als op sportief gebied. In 1946 werd onder zijn voorzitterschap op grootse wijze het gouden jubileum gevierd. Twee jaar later werd door Willem II een nieuw terreinencomplex aan de Goirleseweg betrokken. Willem II was in die tijd een vooraanstaande club: klinkende resultaten met een homogeen eerste elftal, diverse activiteiten naast het voetbal zoals de Jeugd-Olympiade, befaamde gastsprekers op contactavonden zoals Ir. A.van Emmenes, buitenlandse trainers zoals Dr.Frantisek Fadhronc, internationale contacten zoals met RSC Anderlecht en vakantietrips, meestal naar Oostenrijk.

In 1951 en 1952 werden de Tricolores afdelingskampioen en in 1952 zelfs landskampioen. In 1954 deed het betaald voetbal zijn intrede en Willem II werd in het eerste seizoen meteen afdelingskampioen en vervolgens ook glorieus landskampioen. Toen in 1953 de watersnood ons land zo zeer getroffen had, was Willem II onder impuls van Dr.Schuerman een van de eerste verenigingen die geld stortte in het opgerichte Rampenfonds. Ook werd voor het goede doel gespeeld tegen Partisan Belgrado. In 1956 werd de eredivisie ingesteld en ook Willem II maakte hierin zijn opwachting. De Tricolores speelden hun thuiswedstrijden in het Gemeentelijk Sportpark dat inmiddels verrijkt was met een schitterende hoofdtribune. Sportief gezien ging het de club wat minder voor de wind. Aan het eind van het seizoen 1956-1957 was degradatie naar de eerste divisie een feit. Tot grote vreugde van Dr.Schuerman was de terugkeer in de hoogste afdeling reeds een jaar later gerealiseerd. Willem II kon echter geen vooraanstaande rol meer spelen en aan het eind van het seizoen 1962-1963 moest de ploeg wederom afdalen naar de eerste divisie. Het winnen van de KNVB-beker in datzelfde seizoen was echter meer dan een pleister op de wonde. Willem II beleefde een interessant, zij het kortstondig avontuur in de Europa Cup met als tegenstander het befaamde Manchester United. De hierna volgende periode kende zowel ups als downs: terugkeer in de eredivisie in mei 1965, maar twee jaar later opnieuw een stap terug. Een periode van depressie volgde, waarin Dr.Schuerman de man aan het roer bleef. En juist in moeilijke tijden deed Bert het devies van zijn geboorteprovincie eer aan. Hij worstelde en kwam boven. Hij was een temperamentvol man met een scherpe tong en niet dol op tegenspraak. Maar hij toonde zich een oprecht man die Willem II hoog in het hart droeg en voor ”zijn” club alles over had. Dat bleek eens temeer tijdens de fusiebesprekingen met Longa en NOAD. Hij had een welhaast blinde clubliefde en kon zich niet verzoenen met de gedachte dat Willem II zou verdwijnen. Hij verzette zich met kracht tegen een fusie die dan ook niet doorging. Hij trotseerde stormen van kritiek en zijn tegenstanders noemden hem koppig. En toen jaren later de KNVB tot een sanering van het betaald voetbal besloot en een aantal clubs liet teruggaan naar de amateurs, bleef Willem II als enige betaald voetbalvereniging in Tilburg over. Bert was het besturen nog altijd niet moe, hoewel het voorzitterschap door alle perikelen in die periode geen sinecure was. Hij stak niet alleen veel energie, maar, naar men zegt, ook veel geld in de club. Vanaf het begin had hij bijzonder veel aandacht voor de jeugdafdeling en hij was in 1974 nauw betrokken bij de oprichting van het jeugdinternaat van Willem II dat achteraf voor de club van grote betekenis bleek te zijn. Hij was de verpersoonlijking van wat men verstaat onder een echte Willem II-er. Voor zijn verdiensten op voetbal- en maatschappelijk gebied ontving hij diverse onderscheidingen. In november 1965 werd hij ridder in de Orde van de H.Gregorius de Grote. De gemeente Tilburg onderscheidde hem in mei 1966 met de Van Lanschot-prijs en de KNVB benoemde hem in mei 1976 tot bondsridder. Bert Schuerman overleed op 26 januari 1977 in Tilburg. Op 12 juli 2009 werden de zalen in het Koning Willem II stadion officieel vernoemd naar bijzondere clubiconen. De bestuurskamer kreeg de naam van Bert Schuerman.


Aflevering 116 - Vervolg van serie over de voorzitters van Willem II

Gilbert

De achtste in de rij: Gilbert Buddemeijer
Gilbert Buddemeijer (zijn enige voornaam Gilbert was tevens zijn roepnaam) werd geboren in Tilburg op 12 maart 1904. Hij was de jongste zoon van deurwaarder Paul Buddemeijer en Agnes Vincent. Hij studeerde in Utrecht, werd meester in de rechten en vestigde zich vervolgens als advocaat en procureur in de Nieuwlandstraat in Tilburg. In 1927 werd hij ingeschreven bij de rechterlijke macht. Hij trouwde met Johanna Phelemina Constantine Sanders. Als actief voetballer is Gilbert jarenlang voor Willem II uitgekomen. Eerst in de lagere elftallen en vanaf 1925 als midvoor in het eerste.Tijdens het seizoen 1930-1931 beëindigde hij zijn actieve voetbalcarrière en nam zitting in het bestuur. Al snel werd hij vice-voorzitter. Op 10 september 1932 wisselde hij met voorzitter Fred Mutsaerts van functie. In 1933 deden beiden dit opnieuw en werd Gilbert dus weer vice-voorzitter. Dat bleef hij totdat Fred Mutsaerts op 4 juli 1939 aftrad. Gilbert werd toen opnieuw voorzitter en bleef dat, totdat hij op 2 augustus 1945 de leiding overdroeg aan Bert Schuerman. Gilbert bleef wel bestuurslid tot 29 juli 1948. Nadien was hij Willem II als juridisch adviseur nog van dienst en zat hij jarenlang in de Commissie van Beroep van de KNVB. Vanaf 1957 tot aan zijn dood was hij kantonrechter-plaatsvervanger in Tilburg. Na een ziekbed van enkele weken overleed hij op 15 oktober 1960 op 56-jarige leeftijd in Wassenaar.


Aflevering 115 - Vervolg van serie over de voorzitters van Willem II

Fred Mutsaers

De zevende in de rij: Fred Mutsaers
Frederic Richard Marie Mutsaerts (roepnaam Fred) werd geboren op 1 december 1895 in Tilburg als zoon van Johannes Franciscus Mutsaerts en Maria Eleonora Bernardina Mutsaers. Hij trouwde op 7 oktober 1918 met Carola Renildis Maria Kerstens. Bij zijn huwelijk schonk hij het familiewapen met daarin de drie takkenbossen aan de Heikese kerk. Het woord mutsaer(t)s voor een takkenbos is lang in Tilburg gebruikt. Fred was textielfabrikant en jarenlang directeur van Kerstens Lakenfabrieken. Hij kwam op 8 juli 1925 in het bestuur van Willem II en werd op 15 februari 1931 voorzitter als opvolger van Gerard Passtoors. Op 10 september 1932 wisselde hij met vice-voorzitter Gilbert Buddemeijer van functie om dat vervolgens in 1933 opnieuw te doen. Daarna bleef Fred voorzitter tot 4 juli 1939. In de tijd dat concentratie en mentale training in de voetbalsport nog in de kinderschoenen stonden, paste hij die destijds bij Willem II al toe. Hij werd opgevolgd door Gilbert Buddemeijer. Vanwege zijn verdiensten voor de club werd Fred op 4 juli 1939 benoemd tot ere-voorzitter van Willem II. Op 21 oktober 1938 was hij mede-oprichter van de ‘Tilburgse IJssport Club’, de roemrijke ijshockeyclub. Ook was hij voorzitter van ‘Tilburg Vooruit’ (Vereniging tot bevordering van het Vreemdelingenverkeer) en in Oisterwijk zat hij jarenlang in het bestuur van de VVV aldaar. Niet alleen Willem II, maar ook de gilden droeg hij een warm hart toe. Fred Mutsaerts overleed op 17 juni 1967 op 71-jarige leeftijd in Oisterwijk aan de gevolgen van een auto-ongeluk.


Aflevering 114 - Vervolg van serie over de voorzitters van Willem II

Gerrard Passtoors

De zesde in de rij: Gerard Passtoors
Gerard Emmerentianus Passtoors (roepnaam Gerard) werd geboren in Eindhoven op 5 januari 1878 als zoon van Wilhelmus Franciscus Passtoors en Theresia Tecula van den Acker. In zijn geboorte- en woonplaats was hij in 1896 mede-oprichter van de voetbalclub E.V.C. Bij die club was hij eerste elftalspeler en tevens tweede aanvoerder. Gerard studeerde rechten en vestigde zich in 1905 als advocaat en procureur in Tilburg. Op 9 april 1910 trouwde hij in het Belgische Borgerhout met Aloijsa Maria Josepha Marinis. In 1912 werd hij lid van Willem II en op 6 juni 1919 nam hij zitting in het bestuur. Een half jaar later, op 10 december 1919, volgde zijn benoeming tot voorzitter. Een functie die hij tot 15 februari 1931 onafgebroken vervulde. Ook buiten de sport bekleedde Gerard vele functies. Zo was hij o.a.: secretaris van de Tilburgse Vereniging van fabrikanten van wollenstoffen en van de Kamer van Koophandel; voorzitter van het Tilburgse Sportpark; commissaris bij verschillende ondernemingen en rechtskundig adviseur van de gemeente Tilburg. Onder zijn voorzitterschap beleefde Willem II een succesvolle periode. Hij werd op 15 februari 1931 opgevolgd door Fred Mutsaerts. Op 14 juli 1931 werd Gerard Passtoors benoemd tot ere-voorzitter. Ook na zijn aftreden bleef zijn grote belangstelling voor Willem II voortleven. Hij maakte gebruik van zijn recht als ere-voorzitter om de bestuursvergaderingen bij te wonen. Zijn adviezen en kennis op alle gebied waren voor het bestuur een gewaardeerde steun. Gerard Passtoors overleed op 60-jarige leeftijd op 16 september 1938 in Tilburg.


Aflevering 113 - Vervolg van serie over de voorzitters van Willem II

Beb van den bergh

De vijfde in de rij: Beb van den Bergh
Frederik Bernardus van den Bergh (roepnaam Beb) werd geboren in Tilburg op 5 november 1881 als zoon van wollenstoffenfabrikant Louis Etienne van den Bergh en Maria Boonders. Hij was de helft van een tweeling. Zijn tweelingbroertje Bernardus heeft maar drie dagen geleefd. Bebs vader was firmant van Van den Bergh - Krabbendam en van L.E.van den Bergh flanelfabriek. In 1897 debuteerde Beb in het eerste elftal van Willem II en hij maakte tot 1906 deel uit van de hoofdmacht. Zijn broer Walter was de doelman van het Willem II-team dat in 1916 landskampioen werd. Beb trouwde op 15 november 1913 met Antoinetta Perk met wie hij in Oisterwijk twee zonen kreeg. Hij was wollenstoffenfabrikant en ook firmant van L.E.van den Bergh flanelfabriek. Hij was een neef van Frits van den Bergh (voorzitter van Willem II 1897-1901). Na eerder al secretaris/penningmeester te zijn geweest van de club als opvolger van Piet Lommen, werd Beb in juni 1919 voorzitter van Willem II. Reeds spoedig , per 10 december 1919, nam Gerard Passtoors de leiding van hem over. Beb bleef tot en met 1922 wel zitting houden in het bestuur. Hij was ook een verwoed paardenliefhebber en bezat een grote stoeterij in Boxtel die hij in 1913 van zijn vader had overgenomen. Als ruiter wist hij diverse prijzen in de wacht te slepen. In 1917 introduceerde hij zijn eigen stal: “Lancier.” In 1922 verhuisde hij naar Teteringen, waar hij assuradeur werd. Voor zijn vele verdiensten voor Willem II werd hij op 3 februari 1925 benoemd tot erelid. Hij overleed op 17 mei 1946 in Breda.


Aflevering 112 - Vervolg van serie over de voorzitters van Willem II

Pius Arts

De vierde in de rij: Pius Arts
Pius Maria Arts (roepnaam Pius) werd geboren in Tilburg op 29 september 1881 als zoon van Antonius Henricus Arnoldus (Antoine) Arts, oprichter-uitgever van de Nieuwe Tilburgsche Courant. Vanwaar de naam Pius? Wel, in 1861 werd het koninkrijk Italië uitgeroepen. Rome werd gekozen als hoofdstad, ondanks dat het op dat moment nog een onderdeel was van de Pauselijke staat. Een conflict tussen Italië en de Paus was onvermijdelijk. In reactie hierop trokken vele trouwe katholieke mannen naar Rome om de Pauselijke souvereiniteit te beschermen. Zij werden zouaven genoemd. Onder hen veel Nederlanders, waaronder Antoine Arts, die als luitenant in het pauselijke leger meevocht tegen de strijders van Giuseppe Garibaldi. In die tijd was Paus Pius IX de kerkelijke leider. Antoine Arts noemde zijn zoon Pius naar deze kerkvorst. Pius volgde het gymnasium in Roermond en in ’s-Hertogenbosch. In de Brabantse hoofdstad was hij mede-oprichter en speler van voetbalclub Wilhelmina. Bij Willem II was Pius eerste elftalspeler van 1900 tot 1909. Hij was “captain” van het Willem II-team en werd meerdere malen gekozen in het Brabants en het Zuidelijk elftal. Na het gymnasium studeerde hij rechtswetenschappen in Utrecht. In 1909 vestigde hij zich als advocaat en procureur in Tilburg. In 1911 trouwde hij met Leonie Gimbrère, dochter van een paraplufabrikant. In 1901 volgde hij Frits van den Bergh op als voorzitter van Willem II. Pius beschikte over organisatietalent en onder zijn leiding kwam de organisatie van de club goed op poten. Willem II werd diverse keren afdelingskampioen in zowel de Brabantse als de Nederlandse Voetbal Bond en in 1916 zelfs de eerste niet-westelijke kampioen van Nederland. Pius was een politiek en sociaal bewogen mens. Een politicus in hart en nieren. Hij had tien jaar zitting in de Tweede Kamer, ruim twintig jaar in de Provinciale Staten van Noord-Brabant en ruim veertig jaar in de Tilburgse gemeenteraad. Strubbelingen in het Willem II-bestuur waren er de oorzaak van dat Pius op de Algemene Vergadering van 6 juni 1919, na achttien jaren onafgebroken voorzitter te zijn geweest, bedankte als bestuurslid. Beb van den Bergh volgde hem als voorzitter op. Pius Arts stierf in Tilburg op 20 december 1955.


Aflevering 111 - Vervolg van serie over de voorzitters van Willem II

Frits van den Bergh

De derde in de rij: Frits van den Bergh
Frederik Bernardus van den Bergh (roepnaam Frits) werd geboren in Tilburg op 12 september 1877 als zoon van Ferdinand Adolf Leonard van den Bergh. Frits maakte deel uit van de fabrikantenfamilie Van den Bergh (van de AaBee Wollenstoffen- en Wollendekenfabrieken) die voor Willem II van grote betekenis is geweest. Deze protestantse familie was afkomstig uit Dordrecht en had zich in 1811 in het katholieke Tilburg gevestigd. Frits behoorde niet tot de oprichters van “Tilburgia”, maar speelde al wel in het eerste seizoen 1896-1897 als rechtsback in het eerste elftal. Hij was toen al niet de enige Van den Bergh in het team en op 11 november 1897 maakten er tegen Sparta zelfs vijf Van den Bergh-en deel uit van het eerste elftal. Rond de eeuwwisseling zaten er meerdere leden van de familie Van den Bergh op de Hogere Textielschool in Enschede. Aldaar speelde voetbalclub “Prinses Wilhelmina” in rood-wit-blauwe shirts. De familieleden brachten deze shirts mee naar Tilburg en zo kwam Willem II aan het prachtige shirt waarin de club nog altijd speelt. Ook Frits doorliep de Hogere Textielschool in Enschede en kwam vervolgens met zijn broer Dolf in het bedrijf bij zijn vader. Later werd hij directeur van de BEKA NV Wollenflanelfabriek en de Wollenstoffenfabriek Swagemakers-Caesar. Hij trouwde op 9 juli 1908 met Anna Maria van Emden. Frits voetbalde nog in het eerste team toen hij op 13 april 1897 voorzitter werd van de club. Tijdens zijn voorzitterschap werd op 14 januari 1898 met meerderheid van stemmen (zeven tegen drie) besloten de club een andere naam te geven : De Tilburgsche Footballclub “Willem II”. In 1901 nam Pius Arts de leiding van Frits over. Frits van den Bergh was niet alleen als speler en official een steunpilaar, maar ook op financieel gebied heeft de club veel aan hem te danken gehad. Hij stierf in Tilburg op 11 december 1951.


Aflevering 110 - Start van serie over de voorzitters van Willem II

Richard van Nunen

De eerste in de rij: Richard van Nunen
Richardus Maria Antonius van Nunen (roepnaam Richard) werd geboren in Tilburg op 24 januari 1877 als zoon van een koopman. Hij was een van de twaalf personen die op 12 augustus 1896 aanwezig waren in de bovenzaal van café Marinus in Tilburg om daar een voetbalclub op te richten. Richard had die avond de leiding op zich genomen. “Footballclub Tilburgia” kwam tot stand en Richard werd de eerste voorzitter. Hij maakte aanvankelijk ook deel uit van het eerste behoorlijke elftal van Tilburgia, maar vanwege een ernstige oogblessure moest hij al vroeg met voetballen stoppen. Richard is maar kort voorzitter geweest, want nog tijdens het eerste seizoen van de club (1896/1897) werd hij opgevolgd door Jos Hoosemans. In 1898 werd hij benoemd tot erelid. Richard was boekhouder van beroep. Hij trouwde in 1906 in Vlissingen met Johanna Emma Geijsen. Hij maakte deel uit van de familie Van Nunen – Boes, in Tilburg vooral bekend vanwege de vermaarde speelgoedwinkel. Hij stierf op 27 december 1944 in het Belgische Sint Amandsberg.

De tweede in de rij: Jos Hoosemans

Jos Hoosemans
Joseph Franciscus Cornelis Hoosemans (roepnaam Jos) werd geboren in Tilburg op 28 juli 1878 als zoon van Ferdinand Eugène Arnold Marie Hoosemans, een groothandelaar in wol en garen die later (tot 8 juli 1908) vennoot wordt in het Tilburgse bedrijf M.J.H. Kessels, Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Muziekinstrumenten. Jos Hoosemans was een van de twaalf personen die op 12 augustus 1896 aanwezig waren in de bovenzaal van café Marinus in Tilburg en daar “Footballclub Tilburgia” oprichtten. Hij maakte in het begin deel uit van het eerste elftal van de club en volgde nog tijdens het eerste seizoen Richard van Nunen op als voorzitter. In navolging van Van Nunen duurde ook het voorzitterschap van Jos Hoosemans maar kort. Op de maandelijkse vergadering van 13 april 1897 werd hij opgevolgd door Frits van den Bergh. Niettemin werd Jos in 1898 benoemd tot erelid. Hij trouwde op 8 mei 1900 met Louisa Paulina Clercx, was koopman van beroep en verhuisde in mei 1900 naar Maastricht. Keerde vervolgens terug naar Tilburg waar hij aannemer werd en verhuisde in 1902 weer naar Maastricht. Hij stierf op 24 september 1959 in Scheveningen.


Aflevering 109 - Cor Stolzenbach: Clubman in hart en nieren


29 juli 1972: Cor Stolzenbach met de Fair Play Wisselbeker

In de eerste week van juli 1965 contracteerde Willem II Cor Stolzenbach, de talentvolle Bossche middenvelder van het plaatselijke Wilhelmina. En hoewel die club vrij anoniem in de Tweede Divisie meedraaide, wist Cor toch de aandacht op zich te vestigen. Hij speelde in het Nederlands militair elftal en in Jong Oranje. Willem II, dat net naar de Eredivisie gepromoveerd was, lijfde hem dan ook graag in. In de openingswedstrijd van het seizoen op 22 augustus 1965 tegen Go Ahead stond Cor als linksback al meteen in de basis. Die wedstrijd was voor hem de eerste van een reeks van 393 officiële duels in de hoofdmacht van Willem II. Cor is de club altijd trouw gebleven. Ook in het begin van de magere jaren zeventig, toen er bij Willem II sprake was van betaald voetbal op zijn smalst en de club op sterven na dood was. Door die malaise stagneerde zijn carrière en was er voor de vleugelverdediger weinig concrete belangstelling van andere clubs. Cor had wel de behoefte om hogerop te komen, maar besefte anderzijds het belang van een maatschappelijke carrière. Hij was werkzaam bij de waterzuivering in Tilburg en trainde ’s avonds. Misschien heeft hij hierdoor niet uit zijn carrière gehaald wat erin heeft gezeten, maar bij de waterzuivering klom hij op tot bedrijfsvoerder en was als zodanig verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken. Cor was als speler een betrouwbare, gedreven, positief ingestelde, opbouwende vleugelverdediger. Snel en technisch. Een karakterjongen die het harde werken niet schuwde en mede daardoor erg populair was bij het Tilburgse publiek. Een correcte speler die in zijn Willem II periode slechts één gele kaart kreeg! In het seizoen 1971-1972 verdiende het hele Willem II-elftal op dat vlak een pluim. Het team kreeg het geringste aantal strafpunten (voor gele en rode kaarten en voor officiële waarschuwingen) van alle clubs uit het betaalde voetbal en ontving daarvoor de Fair Play Wisselbeker. Als aanvoerder mocht Cor die reuze beker uit handen van bondsvoorzitter Meuleman in ontvangst nemen. Een hoogtepunt in zijn carrière die eindigde op 22 mei 1977. Cor werd trainer. Achtereenvolgens jeugdtrainer en daarna assistent-trainer bij Willem II, hoofdtrainer van Sarto, assistent-trainer bij RKC, hoofdtrainer van Longa, jeugdtrainer bij Willem II. In 1977 stopte hij om gezondheidsredenen met het trainerschap en werd begeleider van de A-jeugd van Willem II. Daarnaast maakte hij zich op diverse andere fronten verdienstelijk voor de club: bestuurslid van de Oude Glorie, lid van het Technisch Platform, lid van het organisatieteam van de Willem II Voetbalacademie en lid van de Clubraad. Op 20 december 1999 werd Cor benoemd tot lid van verdienste van Willem II. En als iemand die onderscheiding verdiende, dan was het wel deze clubman in hart en nieren.


Aflevering 108 - Frans Roemgens, libero met koempelmentaliteit

Frans Roemgens

Op 16 december 1966 contracteerde Willem II de Roda JC-verdediger Frans Roemgens. Frans, bijgenaamd ‘’Jung”, was een speler met de mentaliteit van de mijnwerker oftewel de koempel: hard werken voor weinig resultaat en niet beroerd zijn om anderen te helpen. Die mentaliteit was hem met de paplepel ingegeven. Zijn vader was mijnwerker en ook Frans ging op zijn zestiende de mijn in. Daar, zo’n 800 meter onder de grond, leerde hij afzien. Frans was intussen een verdienstelijk betaald voetballer bij Roda JC, hoewel wisseldiensten in de mijn niet bevorderlijk waren voor zijn voetbalontwikkeling. Na zijn diensttijd wilde hij weg uit de mijn en werd metselaar in Duitsland. Dat dubbelleven van voetballer / metselaar bleef hij leiden toen hij in 1966 naar Willem II kwam. Er werd toen ook vaak ’s avonds getraind en dat betekende voor Frans: om zes uur opstaan, vanaf zeven uur een dag lang in de bouw werken en dan laat in de middag met de auto vanuit zijn woonplaats Kerkrade naar Tilburg. Geen wonder dat hij, die zo heeft moeten buffelen, zich vaak ergerde aan de mentaliteit van jeugdige talenten. Frans had het naar zijn zin in Tilburg, maar zijn vrouw kreeg heimwee en daarom ging het gezin Roemgens in 1971 terug naar Limburg. Frans ging spelen voor Fortuna SC. In 1977 liep zijn contract daar af en omdat hij niet met Fortuna kon rondkomen over een nieuwe verbintenis, leek zijn actieve carrière ten einde. Totdat Willem II-trainer Jan Brouwer hem belde. En zo tekende Frans op zijn 33e opnieuw een contract bij de Tricolores. De diepe groeven in zijn gezicht illustreerden het dubbelleven dat hij ook toen nog leidde, maar Frans stond als libero in de Willem II-verdediging nog altijd zijn mannetje. Op 6 juni 1981 speelde hij zijn 270e en tevens laatste wedstrijd voor de Tricolores. Hij nam afscheid met een clubrecord op zak. Toen hij op 26 april 1981 scoorde in de wedstrijd FC Groningen – Willem II, was hij 36 jaar en 316 dagen oud. Daarmee is hij de oudste doelpuntenmaker van Willem II in het betaalde voetbal. Frans bouwde zijn carrière in België bij Bilzerse VV af en werd later trainer


Aflevering 107 - De eerste stadsderby: NOAD – Willem II


20-10-1918. De elftallen van NOAD (links) en Willem II voor aanvang van de derby.

De confrontatie tussen de geel-blauwen van NOAD en de rood-wit-blauwen van Willem II op 20 oktober 1918 was de eerste stadsderby in Tilburg. Er zouden er nog vele volgen tussen Longa, NOAD, RKTVV en Willem II. NOAD was in 1918 pas gepromoveerd naar de hoogste (zuidelijke) klasse van het Nederlandse voetbal. De klasse waarin ook Willem II verbleef, toentertijd de beste club van het zuiden. Met de eerste derby tegen Willem II werd het nieuwe terrein van NOAD aan de Bosscheweg geopend. De Tricolores zetten bij de eerste de beste gelegenheid de Tilburgse collega’s flink op hun nummer. Willem II won overtuigend met 0-4. In de ‘’Nieuwe Tilburgsche Courant” van 21 oktober 1918 verscheen een uitgebreid verslag van deze derby met daarin de volgende openingspassage. ‘De aanhoudende regen was oorzaak dat de opening van het nieuwe terrein gedeeltelijk verwaterde, hoewel talrijke toeschouwers het weder hadden getrotseerd om getuige te zijn van deze eerste ontmoeting tusschen de twee Tilburgsche eerste klassers. Het was dubbel jammer voor de energieke leiders van NOAD die op zoo’n keurige wijze voor deze feestelijke opening hadden zorg gedragen. De regeling op het terrein was eenvoudig correct en alles liep van een leien dakje. Het nieuwe terrein, aan den Bosschenweg gelegen, was goed bespeelbaar gemaakt en belooft vooral in de toekomst een terrein te worden van den eersten rang.’ Halverwege het verslag lezen we: ‘NOAD wordt door Willem II in de rust een krans aangeboden, waarbij Mr. P.M.Arts de kranige prestaties van de nieuwe eerste klasser naar voren brengt en hoopt dat zij zich niet alleen zal stand houden in haar nieuwe omgeving, maar tevens nog veel lauweren zal behalen. De heer Panis dankt den voorzitter van Willem II voor deze hulde en voor diens bemoeiingen bij den Ned. Voetbalbond, waardoor het NOAD mogelijk was, niettegenstaande zij bij den aanvang van het seizoen over geen terrein beschikte , toch in de Zuidelijke eerste klas te worden gehandhaafd.’ Van onderlinge rivaliteit tussen Willem II en NOAD was toen (nog) geen sprake! Pas in de loop der jaren laaiden de emoties soms hoog op tijdens deze derby die 69 keer op het programma stond (63 competitie-, 2 promotie/degradatie- en 4 bekerduels). Van die 69 werden er door Willem II 33 gewonnen, 14 gelijkgespeeld en 22 verloren.


Aflevering 106 - Janus Wagener: de laatste der Mohikanen


1952. Landskampioen Willem II. Zesde van links: Janus Wagener.

Op 3 oktober 1943 debuteerde de 20-jarige Janus Wagener in het eerste elftal van Willem II. De geboren Dongenaar ( 18-3-1923) zou uitgroeien tot de legendarische rechtsback uit de gloriejaren van de club. Onopvallend, fanatiek, altijd constant spelend. Een betrouwbare verdediger die, als het nodig was, de aanval niet schuwde. Zijn carrière, die zich voornamelijk afspeelde in de amateurtijd, is er een om trots op te zijn. Van 1943 tot 1957 speelde hij 263 officiële wedstrijden in het eerste elftal van de Tricolores met daarbij de volgende hoogtepunten. In 1944 winnaar KNVB-beker; in 1951 kampioen 1e klasse KNVB en Janus gekozen in het Zuidnederlands elftal; in 1952 kampioen 1e klasse KNVB en landskampioen; in 1955 kampioen 1e klasse KNVB en landskampioen. Een erelijst die er zijn mag. Tegenwoordig worden successen door spelers meteen in klinkende munt omgezet. Janus en zijn teamgenoten werden destijds bedankt door bestuur en supporters. Bij kampioenschappen werd altijd een fantastische ontvangst geregeld met open landauers en met grootse festiviteiten in Hotel Riche. Tevens werden de kampioenen beloond met een 10-daagse reis naar Oostenrijk. Zonder dames! Dolle pret: zingen, zuipen en voetballen. Ook door supporters werden de spelers bedankt. Zo kreeg Janus eens drie mud kolen cadeau met daarbij de toevoeging: “Van de wèrmte motte ’t hebbe Jaones”. Op 23 december 1956 speelde hij zijn laatste wedstrijd in de hoofdmacht van Willem II. Gedurende zijn voetbalcarrière tot zijn pensionering is Janus werkzaam geweest als vertegenwoordiger. De laatste periode was hij account-manager. Van het feit dat hij in die tijd een bekende voetballer was, heeft hij bij zijn werkzaamheden veel profijt gehad. Deuren die anders gesloten bleven, gingen nu wel open. Van het Willem II-team dat in 1952 landskampioen werd, is Janus als enige nog in leven. Toen ik hem dat vertelde (19 september 2015) zei hij lachend: “Dan ben ik de laatste der Mohikanen.” Je ziet hem zijn leeftijd (92) niet aan. Janus is still going strong!


Aflevering 105 - Co Adriaanse in seizoen 1997/1998 van tiran tot succestrainer


10 mei 1998: Een triomfale ereronde voor succestrainer Co Adriaanse..

De start van de nieuwe trainer Co Adriaanse in Tilburg in 1997 was weinig hoopgevend. Willem II verloor de eerste vier wedstrijden, speelde vervolgens gelijk tegen Fortuna Sittard en stond toen op de voorlaatste plaats. Daar kwam nog bij dat Co bij de club heilige huisjes omver geschopt had. En op zijn initiatief had het bestuur de beheerster van het spelershome uit haar functie gezet, omdat zij haar eigen wetten stelde. Later bleek dat de club haar provocerende gedrag al langer beu was, maar niets had ondernomen. Als het bestuur had uitgevoerd wat de verzamelde pers had gewild, dan had Co na anderhalve maand weer buiten gestaan. Voor even werd hij de “tiran van Tilburg”, maar hij was natuurlijk gewoon de man die zijn verantwoordelijkheid moest nemen en dat ook deed. Hij was scherp op discipline. Zaken als oorbellen, gsm-telefoons en gekleurde voetbalschoenen stelde hij direct aan de kaak. De vuile sokken moesten rechts gedraaid in de wasmand worden gegooid en een scheet laten tijdens de wedstrijdbespreking kwam de “dader” letterlijk duur te staan. Gehoorzaamheid en orde waren voor Co voorwaarden om tot een hecht team te geraken. Wie daar niet in paste, moest wijken. Spits Jack de Gier kon zich niet conformeren en vertrok naar België. Co was rechtlijnig en duidelijk. In zijn eerste weken bij Willem II botste hij regelmatig met de heersende opvattingen. Maar geleidelijk aan groeiden Co en de spelers naar elkaar toe. Willem II speelde aantrekkelijk voetbal, met scoringsdrift. Aanvallend Hollands voetbal dat het publiek graag wilde zien. Een uitverkocht huis vond Co dan ook zijn fijnste succes. Zijn aanpak wierp vruchten af. Kort na de winterstop kwam Willem II al op de zesde plaats terecht en twee duels voor het einde van de competitie werd de niet verwachte vijfde plaats ingenomen. Die gaven de Tricolores niet meer uit handen en op 10 mei 1998 plaatste Willem II zich door een 3-0 zege op Sparta voor het toernooi om de UEFA Cup. Na 35 jaar mocht de club weer “Europa in”. Met dank aan succestrainer Co Adriaanse!


Aflevering 104 - Gabor Keresztes: zwakke knieën belemmerden droomtransfer


Gabor Keresztes (links) krijgt bij Garage Knegtel bezoek van Ferenc Puskás.

In “Tricolores magazine” van mei 2015 werd ruim aandacht besteed aan de Hongaarse sterspeler Ferenc Puskás en diens meespelen met Willem II tegen een West-Duitse selectie op 15 augustus 1966. Die verhalen leidden mij terug naar de zomer van 1962. Op 30 juli contracteerde Willem II voor het eerst een Hongaarse speler: Gabor Keresztes. Een speler met een verhaal. In 1956 maakte hij deel uit van het nationale Hongaarse jeugdelftal. Toen dat elftal in Wenen aantrad tegen Oostenrijk, zagen Gabor en enkele ploeggenoten kans om te vluchten uit hun vaderland nog voordat de revolutie daar uitbrak. Door de bepalingen van de Fifa mocht Gabor toen een jaar niet voetballen. Die periode bracht hij oefenend en vriendschappelijke wedstrijden spelend door bij Servette in Zwitserland. Zijn vrouw was inmiddels vanuit Hongarije ook naar Zwitserland gekomen. Daarna kreeg hij in 1957 zijn eerste prof-baan bij FC Saarbrücken in Duitsland, waar hij vier seizoenen bleef. In 1961 ging hij naar het Franse Grenoble. Gabor en zijn vrouw konden echter niet wennen aan het totaal anders geaarde Franse volk. Hij besloot om terug te gaan naar Duitsland of te proberen in ons land een contract te krijgen. Dat laatste lukte. Tot opluchting van hemzelf, want gedurende zijn carrière kreeg Gabor steeds meer last van zijn knieën. Tijdens een jeugdinterland met Hongarije tegen Turkije was hij in een duel met de Turkse doelman aan beide knieën zwaar geblesseerd geraakt. Bij Willem II was de aanvallende middenvelder semi-prof. Voor halve dagen werkte hij als electro-automonteur in de Ford-garage van de familie Knegtel. Bovendien reed hij Willem II-voorzitter dokter Schuerman regelmatig in diens auto naar patiënten. Ook in Tilburg speelden zijn zwakke knieën hem vaak parten. Na twee seizoenen vertrok hij naar het Bossche Wilhelmina. In 1967 stond bij garage Knegtel plotseling zijn idool op de stoep: de grote Ferenc Puskás. Die was toentertijd trainer in Canada en kwam Gabor polsen voor een overstap. Het zou voor Gabor een droomtransfer zijn, maar hij vertelde Puskás eerlijk over zijn knie-problemen. Hij vond dat hij moreel gezien niet kon ingaan op diens aanbod. Na zijn carrière als speler werd Gabor trainer. Met name bij het Tilburgse SC ’t Zand was hij zeer succesvol. Anno 2015 duikt zijn naam nog regelmatig op in de media. Het betreft de gelijknamige zanger. Inderdaad: de zoon van!


Aflevering 103 - Ajax-trio naar Willem II: een déjà vu


Willem II seizoen 1984-1985 met Wilson (achterste rij 2e van links), Bakker (achterste rij uiterst rechts) en Haatrecht (middelste rij 3e van rechts).

De komst van het Ajax-trio Ruben Ligeon, Lesley de Sa en Richairo Zivkovic eind juni 2015 naar Willem II roept herinneringen op aan de transferperiode van juli 1984.Toen maakte namelijk eveneens een trio spelers de overstap van Ajax naar Willem II. Dat waren: de aanvaller Edwin Bakker, de middenvelder Winnie Haatrecht en de verdediger Ulrich Wilson. Alle drie door Willem II gekocht. Waarschijnlijk voor een schappelijke prijs, want voor de gemiddelde voetballiefhebber waren het nog onbekende namen. Jongens die bij Ajax in de marge opereerden. Van eredivisie-topper Ajax naar eerste divisie-club Willem II leek een flinke stap terug. Maar de drie zetten deze stap niet zonder reden. Zij hoopten hun voetbalcarrière bij de Tricolores een nieuwe injectie te geven. Het seizoen 1984-1985 bij Willem II zou hun “seizoen van de waarheid” worden. Woorden die de pers onlangs ook optekende uit de monden van Ligeon, De Sa en Zivkovic. Een herhaling van zetten dus. Evenals de benamingen voor Willem II: “Ajax van het zuiden” en “Ajax 2”. In 1984 was er voor Bakker, Haatrecht en Wilson meteen een klik met de groep. Zij troffen in Tilburg een ander voetbalklimaat aan en vonden de sfeer bij Willem II minder gespannen dan bij Ajax, omdat de concurrentie niet zo groot was. De drie waren dan ook vanaf het begin van het seizoen verzekerd van een basisplaats. Zoals gezegd wilden zij bij Willem II hun voetbalcarrière een nieuwe injectie geven. Twee van de drie slaagden daar zeker in, want in juni 1985 tekende Bakker een driejarig contract bij FC Groningen en Wilson een tweejarig bij FC Twente. Haatrecht bleef bij Willem II en juist hij zou van de drie de speler zijn die in Tilburg letterlijk op handen werd gedragen. Op 21 december 1985 ging hij na afloop van de wedstrijd Willem II - DS’79 op de schouders van supporters. Met zijn doelpunt bezorgde hij Willem II de 1-0 winst en tevens de periodetitel. In financieel opzicht is het Ajax-trio van 1984 door de voornoemde transfers van Bakker en Wilson voor Willem II lucratief geweest. De kersverse deal met Ajax in 2015, waarbij Dijks werd verkocht en drie spelers werden gehuurd, heeft Willem II financieel eveneens geen windeieren gelegd. Ook op dit punt herhaalde de geschiedenis zich.


Aflevering 102 - “De wedstrijd van het jaar” voorlopig van de baan

Aflevering 102

Vraag aan willekeurige Willem II-supporters wat voor hun “de wedstrijd van het jaar” is en het antwoord zal in de meeste gevallen zijn: ‘Willem II tegen NAC.’ Gezonde rivaliteit, veel sfeer en oplaaiende emoties kenmerken al vanaf de eerste derby de ontmoetingen tussen Willem II en de aartsrivaal uit Breda. NAC is de club tegen wie de Tricolores de meeste officiële wedstrijden speelden. De reeks begon op 23 februari 1913 toen Willem II thuis met 4-0 won van de pas opgerichte NOAD Advendo Combinatie. Na afloop van het seizoen 2014-2015 staat de teller op 139 duels (134 voor de competitie, 2 voor de kampioenscompetitie in het seizoen 1954-1955 en 3 voor de KNVB-beker). Op zondag 31 mei 2015 is (voorlopig) een eind gekomen aan de reeks ontmoetingen. NAC Breda daalde die middag af naar de Jupiler League. Tot grote vreugde van de ene “Kruik”, die al springend de Tilburgse versie zingt van “Ik spring voor NAC” en tot spijt van de andere, die een spannende kraker in een vol stadion zal missen. De derby leeft enorm bij de fervente supporters van beide clubs. Hun voetbalhart is uitgesproken geel-zwart of rood-wit-blauw. Daar valt niet aan te tornen. Spelers zijn duidelijk minder ”eenkennig”. Voor hen is een overstap naar de aartsrivaal geen doodzonde. Er zijn in de periode betaald voetbal tot nu toe maar liefst 43 spelers geweest die voor beide clubs in het eerste elftal uitkwamen. Hun namen: Yassine Abdellaoui, Kevin Bobson, Adrie Bogers, Guus v.d.Borgt, Ruud Brood, Frits Copal, Cristiano dos Santos Rodrigues, Jan Cruyssen, Arie Damsma, Gerrie Deijkers, Piet v.Dijk, Meindert Dijkstra, Bart v.d. Eede, Csaba Fehér, John Feskens, Jan Formannoy, Wanny v. Gils, Anouar Hadouir, Robbie Haemhouts, Hans Heeren, Jan v.Helden, Frits v.Ierland, Jens Janse, Joonas Kolkka, Jack de Kroon, John Lammers, Rob Landsbergen, Andreas Lasnik, Danny Mathijssen, Toon Nelemans, Frie Nouwens, Martijn Reuser, Maceo Rigters, Henk v. Rooij, Ger Saris, Mark Schenning, Dmitri Shoukov, Regillio Simons, Tom Smits, Earnest Stewart, Henk Vos, Henk Vriens, en Peter Zois. Een overstap maakten ook: de trainers Henk de Jonge, Robert Maaskant, Piet de Visser, Henk Wullems, en Kees Zwamborn. De jeugdtrainers Clemens Bastiaansen en Addy Brouwers en directeur Ed Busselaar. Verder de jeugdtrainer en hoofdscout Frans Bouwmeester en tenslotte de verzorger Geert v.d.Wiel. Een tip voor de huidige beleidsbepalers van NAC Breda: doe zoals al deze genoemde personen en steek uw licht op bij “de aartsrivaal”. Ook Willem II was namelijk op sterven na dood na wanbeleid, degradeerde, werd kampioen en… is nu de tweede club van Brabant!


Aflevering 101 - Kostte de pokkenepidemie in 1951 Willem II de landstitel?


Willem II op 26 maart 1951. Achter v.l.n.r.: Piet de Jong, Rinus Formannoy, Piet van Beers, Sjel de Bruyckere, Toon Becx, Giro Engel. Voor v.l.n.r.: Frans van Loon, Jef Mertens, Cees Botermans, Janus Wagener, Jo Mommers.

Op 29 april 1951 werd Willem II - zonder die dag zelf te spelen - kampioen van de Eerste klasse D. De Tricolores konden zich gaan opmaken voor de kampioenscompetitie waarin ze met de andere districtskampioenen (Blauw Wit, DWS, Heerenveen en PSV) om de landstitel zouden strijden. Vrijwel gelijktijdig maakte de feestvreugde plaats voor bezorgdheid. Door een plotselinge uitbraak van de pokken werd het Tilburgse leven totaal ontwricht. Het zou om waterpokken gaan, maar al snel bleek dat het om het pokkenvirus ging. Ruim honderdduizend mensen, waaronder de spelers van Willem II, werden gevaccineerd. Op economisch, sociaal en cultureel gebied werd Tilburg een eiland. Er stopten geen treinen en er werden nauwelijks produkten afgenomen uit de lokale industrie. Evenementen werden afgelast en... zes weken lang gold er een sportverbod. Van voetballen kwam dus niets. Het zag er lang naar uit dat Willem II niet aan de kampioenscompetitie zou kunnen deelnemen. Zorgen genoeg bij de club. Wat zou er onder deze omstandigheden overblijven van de goede conditie van de spelers? Gelukkig echter viel op 19 mei dankzij de medewerking van de GGD en de directeur van de Provinciale Geneeskundige Dienst het besluit dat Willem II alsnog onder een aantal voorwaarden aan de reeds begonnen kampioenscompetitie kon deelnemen. Aan Willem II en de clubs die Willem II bezochten, werd opgedragen dat men uitsluitend gebruik mocht maken van een bus waarin maximaal 30 personen werden vervoerd. De bus van de bezoekende club was verplicht zich onmiddellijk naar het terrein te begeven en na afloop van de ontmoeting ook weer direct te vertrekken. De uitspelende vereniging moest er zorg voor dragen dat er geen supporters meegingen. De thuiswedstrijden van Willem II mochten uitsluitend worden bezocht door de bewoners van Tilburg zelf. En een plaatskaart werd alleen verstrekt op vertoon van een geldig bewijs van inenting. Militairen stonden buiten deze regeling(!) Zonder noemenswaardige voorbereiding begon Willem II op 27 mei aan de kampioenscompetitie. Voor ruim 21.000 toeschouwers thuis tegen PSV dat er inmiddels al drie wedstrijden (en tevens drie zeges) op had zitten. Het 2-2 gelijkspel bood de Tricolores perspectief, maar in het verdere verloop van de kampioenscompetitie schoten de krachten tekort. Willem II werd (slechts) derde, met “dank” aan de pokkenepidemie!