Uit de oude doos: aflevering 61 - 80

Aflevering 80 - De maand april 1979: een lichtend voorbeeld


Vanwege de nucleaire top in Den Haag is de wedstrijd De Graafschap – Willem II verplaatst naar woensdag 9 april. Niks bijzonders, zou je denken, maar menig Willem II-supporter kijkt bezorgd uit naar de week van 4 tot en met 12 april. Voor Willem II namelijk een periode waarin de club in negen dagen tijd drie wedstrijden moet spelen, waaronder het missschien wel cruciale duel tegen mede-titelkandidaat FC Dordrecht. Maar de nu al bezorgde Willem II-supporters wil ik graag wijzen op de maand april 1979. Vanwege de langdurige winter met veel sneeuw en vorst werd de competitie pas hervat op 18 maart 1979. Het gevolg was dat in de maand april een overladen programma moest worden afgewerkt. In dertig dagen tijd speelde Willem II maar liefst tien(!)competitiewedstrijden. Op zondag 1 april Fortuna SC (2-1 winst), woensdag 4 april Wageningen (0-0), zondag 8 april SC Heracles (0-0), zaterdag 14 april FC Groningen (0-1 winst), maandag 16 april FC Groningen (3-0 winst), donderdag 19 april Wageningen (5-1 winst), zondag 22 april SVV (2-0 verlies), woensdag 25 april De Graafschap (3-0 winst), zaterdag 28 april SC Amersfoort (3-0 winst) en maandag 30 april Veendam (3-0 verlies).Een lijst waartegen de komende periode van 4 tot 12 april 2014 toch wel schril afsteekt! De Willem II-spelers verkeerden destijds in dat stadium van de competitie in eenzelfde situatie als wielrenners. Toenmalig Willem II-trainer Henk de Jonge noemde het een kwestie van afzien. ‘De kunst is om telkens opnieuw zo fit mogelijk aan de start te komen. Dan heb je in zo’n zware periode een overlevingskans’, aldus De Jonge. Zijn team kwam conditioneel niets tekort en was eigenlijk pas op 30 april tegen Veendam een citroen zonder sap. Maar de ploeg legde in die maand april wel de basis voor het succes dat weken later volgde: promotie naar de Eredivisie! Hopelijk is die aprilmaand van 1979 een lichtend voorbeeld voor de mannen van Jurgen Streppel!


Aflevering 79 - Aanvoerder Brooijmans liet zijn gezag gelden

In het clubblad “De Willem II-er” van oktober 1957 stond de volgende mededeling: ‘Jan Brooijmans is belast met het aanvoeren van ons eerste elftal ‘. Een prima keuze, want “d’n Brooij”, zoals de supporters hem noemden, was sinds zijn komst in 1954 een echte Willem II-er geworden die door zijn gedrag, inzet en doorzettingsvermogen een voorbeeld was voor velen. Mede daarom is Jan vanaf 1957 tot het einde van zijn carrière bij Willem II aanvoerder gebleven. Hij straalde overwicht uit zonder echter autoritair te zijn. Maar op 26 april 1959 stond hij wel even op zijn strepen. Willem II speelde in Utrecht tegen DOS (2-0 verlies) en bij de Tricolores stond destijds Kurt Zaro rechtsbinnen. Een geweldige, maar wispelturige voetballer. Bij vlagen briljant, maar soms had je echt helemaal niets aan hem. Tegen DOS was dat ook weer het geval. Op een bepaald moment leed hij weer eens onnodig balverlies. De kans die hieruit ontstond voor DOS leverde weliswaar geen doelpunt op, maar wel boze gezichten van Willem II-doelman Chris Feijt en aanvoerder Jan Brooijmans. Feijt hield zijn doel schoon en schoot vervolgens de bal uit naar Zaro. Die trapte het leer keihard naar Feijt terug. Dat was voor Brooijmans de druppel die de emmer deed overlopen. Hij rende naar scheidsrechter Roodenburg en zei: ‘’Namens de aanvoerder van Willem II, Kurt Zaro kan eruit. Wij gaan met tien man verder.’ Onwennig met een dergelijk voorval sputterde Roodenburg tegen, maar omdat Brooijmans - ondanks de 1-0 achterstand - bij zijn standpunt bleef, kon Zaro in de 59e minuut inrukken. Na Brooijmans nog een hand te hebben gegeven, verdween hij naar de kleedkamer. Dit nooit eerder op de Nederlandse velden vertoonde incident werd door Willem II binnenskamers opgelost. Geen woord hierover in de pers. Een week later speelde sterspeler Zaro - overigens opnieuw “onzichtbaar” - gewoon weer mee in de stadsderby tegen NOAD!
Aflevering 79

Op de foto Jan met voor zich Kurt


Aflevering 78 - Christ van der Heijden: laat gewaardeerde, emotionele sluitpost

Afl 78

In de zomer van 1964 contracteerde Willem II de keeper van Helmondia ’55, de 30-jarige Christ van der Heijden, in het dagelijks leven gas- en waterfitter van beroep. Christ was een keeper die zich altijd voor 100% gaf. Voor hem betekende zich volledig inzetten heel wat meer dan alleen maar een wedstrijd spelen. Hoewel hij van nature een rustige man was, kon hij in het heetst van de strijd zijn emoties moeilijk in bedwang houden. Hij leefde zich op de training en in de wedstrijd geweldig in, maar reageerde vaak te fel. Hij kon wild gebaren naar medespelers die een fout maakten. Een wijze van benadering waar zijn medespelers erg aan moesten wennen. Zijn kritiek was echter goedbedoeld. Dat waren ook de capriolen die hij vaak maakte, wanneer Willem II scoorde. Uitbundig juichend maakte hij dan een sprint richting de middellijn of een rondedans in het eigen doelgebied. Aan zijn emotionele, wellicht wat clownesk aandoende capriolen moest ook het Willem II-publiek wennen. Het duurde dan ook best een tijdje voordat Chris de fans voor zich gewonnen had. Op de tribune kreeg men namelijk de indruk dat hij een show opvoerde. Maar hij was juist helemaal geen keeper die kunsten verkocht. Hij keepte eenvoudig en zonder franje. Zijn stijl was niet mooi, maar wel degelijk en betrouwbaar, hoewel hij ook zijn mindere wedstrijden kende. Dan moest hij door medespelers worden opgebeurd. Christ lag ondanks zijn geëmotioneerdheid goed in de groep. Men waardeerde zijn inzet en instelling. Ook toen hij zijn basisplaats verloor aan Gerd Schobert was er op zijn inzet niets aan te merken. Op 9 mei 1971 keepte hij zijn 87e en laatste wedstrijd voor Willem II. Zijn voetbalcarrière zat erop. Hij werd scheidsrechter. Naar verluidt een druk gebarende leidsman die “er bovenop zat”.


Aflevering 77 - Treedt Boymans in de voetsporen van Maddock?


Meer dan 20 doelpunten scoren in de vaderlandse competitie. De meeste spitsen kunnen er slechts van dromen. In het eerste seizoen van het betaalde voetbal (1954-1955) waren er maar liefst drie Willem II’ers voor wie deze droom wel uitkwam. Sjel de Bruyckere maakte er 21, Jan van Roessel kwam mede dankzij de geweldige voorzetten van linksbuiten Toon Becx aan 24 en Piet de Jong spande, nota bene als rechtsbuiten, de kroon met maar liefst 27 treffers. En dat in een competitie die “slechts” 26 wedstrijden omvatte. Het seizoen daarop was het aantal wedstrijden uitgebreid naar 34. Jan van Roessel bewees opnieuw zijn grote waarde met 24 doelpunten. Toen waren de gouden jaren voorbij en het duurde tot diep in de jaren zestig voordat er bij de Tricolores weer een nieuwe koningsschutter opstond. Ger Saris kwam in het seizoen 1967-1968 (Eerste divisie, 36 wedstrijden) tot 23 treffers. Een aantal dat door Gerrie Deijkers twee seizoenen later met één doelpunt werd verbeterd: 24 keer raak in 34 wedstrijden. Vervolgens was het lang wachten op de volgende spits met een hoog rendement. De redding kwam uit Engeland. In het seizoen 1981-1982 (Eredivisie, 34 wedstrijden) scoorde Rob McDonald 21 keer voor de Tricolores. Bij Willem II werd met “Big Mac” dan ook niet het broodje hamburger bedoeld, maar de trefzekere Engelse spits. Rob scoorde overigens meer dan tweederde van zijn doelpunten op aangeven van Toon Nelemans. Die won dat seizoen niet voor niets de Schaduwschutter-trofee van Nederland, de prijs voor de speler met de meeste assists. In het seizoen 1986-1987 (Eerste divisie, 36 wedstrijden) was het opnieuw een Engelsman die zich kroonde. Kevin Maddock haalde 27 keer de trekker over, vaak na een fluwelen voorzet van Bud Brocken. Na 27 jaar is eindelijk de kans groot dat de huidige Willem II-spits Ruud Boymans in de voetsporen van Kevin Maddock treedt. Hopelijk heeft Ruud nog niet al zijn kruit verschoten en zet hij zijn vizier tot het eind van de competitie op scherp!


Aflevering 76 - Pastorale brief aan Jan van Roessel

Afl 76

Als huisvriend van de familie Van Roessel heeft Willem II-er Cees de Beer mooie herinneringen aan zijn in 2011 overleden vriend Jan. Ook veel tastbare, zoals de brief die Jan in 1949 ontving van pastoor A.Damen uit Veldhoven. De pastoor kende Jan nog uit de tijd dat Van Roessel in Tilburg voetbalde bij Sint Willibrord (later W.S.J. geheten), maar had geen adres van hem. De adressering “Jan van Roessel middenvoor Nederl. elftal Tilburg” was echter al voldoende voor bezorging. Jan was kersvers international, want op 16 juni 1949 debuteerde hij in Helsinki voor Oranje (1-4 winst) en scoorde meteen twee doelpunten. Een dag later schreef de pastoor de volgende brief.

"Beste Jan, Van harte gefeliciteerd met uw kranige prestatie in Helsinki. Wat zullen je vader en moeder daar in opgaan.En niet zonder reden. Je bent nu een beroemd man. Wie had ooit gedacht dat je zo ver zoudt komen. Ik zie je nog voetballen en goaltjes maken voor Sint Willibrord. Dat was toch wel een mooie tijd. En de kenners zagen toen al in jou een toekomstige ster. Jan, als oud-vriend één goede raad. Laat je niet van de wijs brengen door deze voorspoed. Blijf een eenvoudige jongen, trouw aan je geloof en steeds een voorbeeld, waar je ook nog komen zult of met wie je ook te maken zult krijgen. Wees een fier katholiek die ook in moeilijke omstandigheden er steeds op staat om je plicht te doen en met name Zondags de H.Mis bij te wonen. Laat je eigen gelden en daardoor zul je ook door andersdenkenden nog meer worden gerespecteerd. Veel groeten, ook aan je ouders. A.Damen, pastoor te Veldhoven N.Br."

Of deze brief ertoe heeft bijgedragen, weet ik niet, maar Jan is, zoals hij zelf zei, altijd “een gewone Tilburgse jongen” gebleven!


Aflevering 75 - Ruben Kogeldans 1967-1989

Afl 75

In 1986 start een anoniem spelertje van het reserveteam van VVV (Venlo) zijn studie aan de KALO, de Sportacademie in Tilburg. Daar komt hij in contact met de betaalde voetballers van Willem II. Het lijkt hem wel praktisch om bij de Tricolores te gaan trainen nu hij in Tilburg woont. VVV vindt het goed en twee keer in de week oefent Ruben met de selectie van Willem II. Al snel raakt assistent-trainer Adrie Koster onder de indruk van de capaciteiten van Kogeldans. Die vonk slaat later over naar hoofdcoach Piet de Visser. Het gevolg is, dat Willem II hem een plaats in de selectie aanbiedt. Als amateur. Ruben blij, Willem II blij. Snel ontwikkelt hij zich tot een volwaardige kracht. Hij krijgt het vertrouwen van de technische staf, verovert zijn eerste contract en debuteert op 16 augustus 1987 in de Eredivisie tegen Feyenoord. Hij speelt onbevangen als verdedigende middenvelder. Hij is kritisch op zichzelf, traint veel en leert snel. Ook als student aan de Sportacademie is hij dagelijks met zijn lichaam bezig. Het enige uitje dat hij zich veroorlooft wanneer Willem II op zondag speelt, is een bezoekje aan de discotheek op vrijdagavond. Voor Ruben een ideale voorbereiding op de wedstrijd. Hoe meer hij zich namelijk ontspant, hoe scherper hij tijdens de wedstrijd is. In het seizoen 1988-1989 kampt hij met een sportieve inzinking, maar hij slaat zich manmoedig door die zware periode heen. Hij zal echter zijn rentree in het eerste elftal niet meer maken. Op 7 juni 1989 komt hij als lid van de selectie van het “Kleurrijk Elftal” om bij het vliegtuigongeluk op de luchthaven Zanderij in Suriname. De dood van deze rustige, vriendelijke en binnen de spelersgroep geliefde jongen dompelt Willem II in diepe rouw.


Aflevering 74 - Licht in de duisternis voor Willem II

In de herfst van 1982 vertoeft Willem II in de onderste regionen van de Eredivisie. Maar op 1 november ziet de club licht, want op die dag bereikt Willem II een akkoord met de KNVB over de huur van een lichtinstallatie voor het Gemeentelijk Sportpark voor een periode van tien jaar. GTI, het bedrijf dat zorg draagt voor de bouw van de installatie, moet dan nog wel beslissen wanneer de definitieve aansluiting wordt geregeld. Dat gebeurt een paar dagen later en dan beschikt Willem II definitief over kunstlicht. De eerste wedstrijd die onder de lampen zal worden gespeeld, is de derby tegen NAC op 27 november. Om sponsors te lokken branden de lampen echter al tijdens de rust van Willem II – Ajax op 7 november. Met die actie hoopt het bestuur sponsors warm te maken om de club een avondje licht aan te bieden. Een lucratief kwartiertje zo blijkt, want de lampen zijn na rust nog niet afgekoeld of bij het bestuur verdringen zich al een aantal Sinterklazen. Hun gulle toezeggingen betekenen dat Willem II zich voorlopig in het kunstlicht kan koesteren zonder dat dit extra aanslagen op de clubkas inhoudt. Met het ondertekenen van het contract draagt GTI op 18 november de lichtinstallatie over aan de KNVB. George Pladet, bestuurslid algemene zaken van Willem II, draait die dag de hoofdschakelaar om, waarna de vier lichtmasten ieder met een tussenpoos aanfloepen. De sterkte van de lampen benadert de 750 lux. Op 27 november 1982, het eerste “avondje Willem II” dus, verslaan de Tricolores aartsrivaal NAC met 3-1 en klimmen door deze zege van de laatste plaats op naar de derde van onder. Met recht kunnen we zeggen dat Willem II op die avond in dubbel opzicht licht zag in de duisternis! 


Aflevering 73 - Clubvlag in ere hersteld

Afl 73

Op 22 augustus 1926 wordt door de supporters aan het bestuur van Willem II ter gelegenheid van het dertigjarig bestaan een clubvlag aangeboden. Die vlag is een ontwerp van Arnaud P. van der Ven, eerste elftalspeler van Willem II. Later dient hij de club in een veelzijdigheid die nauwelijkes zijn weerga vindt. Hij is trainer, bestuurslid (secretaris) , geschiedschrijver, chroniqueur en redacteur van het clubblad en schrijver van talloze liederen en cabaretteksten. Samen met zijn moeder en zussen neemt hij zelf ook de uitvoering van de vlag voor zijn rekening. Een veelzijdig getalenteerde echte clubman! In Brussel wordt witte zijde gekocht en hierop worden met het destijds ingewikkelde en moeilijke batik-procédé de kleuren rood en blauw aangebracht. Batikken stamt uit Java en Bali en is een methode om weefsels in figuren te beschilderen. In het midden van de jaren vijftig raakt de vlag helaas zoek en is nooit meer teruggevonden. Van der Ven is hierover altijd erg kwaad geweest en hij vond het een schande dat Willem II in die tijd zo nonchalant met haar eigendommen en trofeeën omging. Na zijn overlijden in november 1993 wordt gelukkig de originele tekening door zijn zoon Naud teruggevonden. Uitgerekend in het laatste dossier van zijn vader dat hij in handen krijgt! Naud, als speler, bestuurslid (secretaris), clubbladredacteur en lid van de persdienst ook al een leven lang Willem II’er, gaat met het ontwerp naar het bestuur van Willem II. Dat is direct enthousiast en besluit om ter gelegenheid van het eeuwfeest in 1996 een replica te laten maken. De vlag wordt tijdens het feest door Naud -letterlijk- aan het bestuur overgedragen en krijgt een vaste plaats in de bestuurskamer. Zo is deze vlag door een gelukkig toeval toch voor Willem II behouden gebleven!


Aflevering 72 - Piet Timmermans: “Spielmacher” met neusje voor de goal

Afl 72

De overstap van Piet Timmermans naar Willem II in 1959 was niet zo verwonderlijk. Oud-Willem II’er Janus Spijkers was namelijk zijn trainer bij TOP. Hij had Willem II attent gemaakt op het Osse talent. Piet viel bij de Tricolores meteen goed in de smaak, al konden ze hem in het begin niet altijd verstaan vanwege zijn dialect. Toen Piet nog bij TOP speelde, keek hij op tegen Jan Brooijmans, Coy Koopal en Kurt Zaro. En nu speelde hij opeens met ze samen. Hij was semi-prof en werkte in de vleesfabrieken van Unox-Hartogs. De voetbaltas ging mee naar het werk, want na afloop ging hij meteen naar de club om te trainen. En daarna weer terug naar Oss. Dan was hij om half twaalf thuis en om half zeven moest hij er weer uit. Het was wel zwaar, maar Piet wilde per se in Oss blijven wonen. Hij trainde hard en verzorgde zichzelf goed. Mentale hardheid was slechts één van zijn kwaliteiten. Hij was beweeglijk, tweebenig, kopsterk, balvast en erg doelgericht. Zijn zwakke punt was zijn startsnelheid. Zijn eerste meters waren een drama, maar met de bal aan de voet was hij moeilijk bij te benen. Piet groeide bij Willem II uit tot een echte “Spielmacher” die zijn hoogtepunt beleefde, toen hij voor de Europa Cup tegen Manchester United speelde. Een geweldige ervaring. In Manchester keken de Willem II-spelers hun ogen uit en waren zo onder de indruk dat ze al verloren hadden, voordat de wedstrijd begonnen was. Honkvaste Piet is twaalf seizoenen lang voor Willem II een kracht geweest die op allerlei plaatsen in het elftal gespeeld heeft. Hij kwam tot het respectabele aantal van 363 officiële wedstrijden en scoorde daarin 113 doelpunten. Twee andere geboren Ossenaren, Ruud van Nistelrooy en Marc van Hintum, werden international. Piet Timmermans niet maar een lokale grootheid was hij destijds wel!


Aflevering 71 - Clublied op de plaat gezet

Op zaterdag 23 juni 1979 zat The Wooltown Jazz Band in een opnamestudio het clublied van Willem II te spelen. Dat werd door de Tilburgse band met zang van Hanneke Dirven voor het eerst op de zwarte schijf vastgelegd. Het idee hiervoor kwam amper een week eerder van Piet Vriens, de leider van de band. Willem II presteerde op dat moment goed in de nacompetitie voor promotie naar de Eredivisie en de stad leefde massaal mee met de club. Snelheid met de repetities was geboden voor de band, want de nacompetitie eindigde op woensdag 27 juni. Als alles naar wens verliep, konden de Tricolores die avond promoveren. En die promotie werd in het Gemeentelijk Sportpark via een 3-0 zege op Telstar in een bloedstollende wedstrijd bereikt. Op zaterdag 30 juni trok de Wooltown Jazz Band, op een open wagen het clublied spelend, door de straten. De plaat was door de band belangeloos opgenomen en tegen de kostprijs van drie gulden vijftig (plm. € 1,65) te koop. Het liep storm met de verkoop en weldra was de voorraad zwarte schijven op. Omdat men overging op bonnenverkoop, gaf men de supporter toch de zekerheid om alsnog aan het clublied van Willem II te komen. Met een tweede persing van het plaatje werd dan ook spoedig gestart. In juli werd het clublied van Willem II zelfs hoog verheven. Stadsbeiaardier Arie Abbenes had namelijk het automatisch speelwerk van de Heikese toren veranderd. Vanaf toen kon men op de hele uren het clublied beluisteren. Op de halve uren speelde de toren “Michelle” van The Beatles. Nou ja, deze Engelse popgroep wilde ook wel eens een grijpstuiver verdienen!

Afl 71


Aflevering 70 - Sjel de Bruyckere, Willem II’s recordinternational

Sjel de Bruyckere kwam in 1950 via het eveneens Tilburgse Sarto naar Willem II. Daar ontwikkelde hij zich tot een technisch zeer begaafde rechtsbinnen die echter ook vol streken zat. Hij was schraal en knokig, maar op het veld voor niemand bang. Wanneer er een speler van Willem II gepakt werd, ging hij er altijd op af, om revanche te nemen. Bij de Tricolores beleefde hij een gouden tijd. In 1952 en 1955 werd hij met Willem II landskampioen. In het seizoen 1954-1955 brak Sjel als international door. Hij speelde zeven interlands en is daarmee recordhouder bij Willem II. In die zeven wedstrijden scoorde hij twee doelpunten. Daags na zijn zevende interland op 8 april 1956 tegen België, kreeg hij bezoek van een afvaardiging van de Zwitserse topclub Lugano. Er werd hem een vorstelijk bedrag geboden plus een huis aan het Lago Maggiore en een auto. Sjel kwam bij Willem II niets tekort, maar nu kon hij de klapper van zijn leven maken. Het Willem II-bestuur wilde hem echter niet laten gaan. Uit rancune, omdat het bestuur zijn droomtransfer dwarsboomde, emigreerde Sjel een paar dagen later al naar Australië. Dat werelddeel hoorde destijds niet bij de FIFA en na drie maanden zou hij dan transfervrij zijn. De profclub Wilhelmina lijfde hem in. Hij kreeg een huis, een auto en een baan. Als gymleraar, hoewel hij daar niet voor geleerd had, want hij was brandweerman. Lang duurde zijn verblijf daar niet, want hij kreeg flinke heimwee. In december 1957 keerde hij terug bij Willem II, maar hij trof een ander elftal aan, geen kwaliteit, geen eenheid. Hij speelde nog een aantal wedstrijden in het eerste team, maar bleek niet te kunnen aarden. Na 167 wedstrijden voor Willem II waarin hij 80 doelpunten maakte, vertrok hij op 4 juni 1958 voorgoed naar Australië. Op 21 september 2011 overleed hij in Melbourne op 83 jarige leeftijd. In het Koning Willem II stadion is een zaal naar hem vernoemd die symbool staat voor alle Willem II-ers die ooit in het Nederlands elftal speelden.

Afl 70


Aflevering 69 - Daar komen de schutters

Onder de kop: “De grote vijf van Willem II” wijdde het weekblad “Revue” in december 1953 twee volle pagina’s aan “Nederlands meest gevreesde voorhoede”, zoals de ondertitel van het artikel luidde. Uitgebreide aandacht dus voor de aanvalslinie van Willem II, die goals aan de lopende band fabriceerde en zijn kracht ontleende aan de schotvaardigheid van alle vijf spelers die er deel van uitmaakten. Op de vleugels stormwind Piet de Jong en afstand-schutter Toon Becx en in het midden goalgetter en spelverdeler Jan van Roessel die werd omringd door de “vechtjassen” Sjel de Bruyckere en Rinus Formannoy als binnenspelers. Deze vijfmans voorhoede was voor Nederlandse begrippen een haast ideale combinatie van schotvaardigheid, snelheid en doorzettingsvermogen. De vijf vulden elkaar aan en scoorden stuk voor stuk op hun eigen wijze. ’De Jong na een briesende rush, Formannoy uit kansen die anderen verwaarloosden, Van Roessel met oerharde kopballen of keiharde schoten, De Bruyckere met de volle vaart van de opkomende binnenspeler en Becx met meedogenloos harde linkse schoten’, aldus Revue. Een benijdenswaardige voorhoede met voetbalintelligentie en met aanpassingsvermogen. Een doelpuntenmachine die in dat seizoen 1953-1954 in de 26 competitiewedstrijden 76 van de 80 Willem II-doelpunten voor zijn rekening nam. Van Roessel 27, De Jong 22, De Bruyckere 11, Formannoy 10 en Becx 6. De overige 4 treffers kwamen op naam van kanthalf Jo Mommers. Een seizoen later, het eerste in het betaalde voetbal, fabriceerde nagenoeg dezelfde voorhoede (nu met Jan Brooijmans op de plaats van Rinus Formannoy) in 26 competitiewedstrijden 92 van de 96 (!) Willem II-treffers. De Jong 27, Van Roessel 24, De Bruyckere 21, Becx 12 en Brooijmans 8. Aantallen waarvan onze huidige Willem II-aanvallers helaas slechts kunnen dromen. Schrale troost: ze zijn daarin niet de enigen in het vaderlandse voetbal!


Aflevering 68 - Willem II mars

Willem II-supporters die hun club weleens zijn nagereisd naar het Rotterdamse Sparta, hebben kunnen horen dat op het Kasteel (de thuishaven van Sparta) voor aanvang van de wedstrijd de “Sparta Marsch” ten gehore wordt gebracht. Die mars dateert al van 1909, al is de tekst in 1930 veranderd. Tot op de dag van vandaag doet deze veranderde versie dienst als clublied. In navolging van Sparta werd bij meer clubs een mars gecomponeerd. Zo ook bij Willem II, al kwam die pas in juni 1952 tot stand bij gelegenheid van de tweede landstitel van de Tricolores. De tekst was van Naud van der Ven, de muziek van Jan Hombergen. De mars bestaat uit drie coupletten waarvan het eerste en het derde op de (in het clubarchief aanwezige) partituur staan:

1. Wij zijn ware Willem II-ers, Staan pal voor elkaar op de bres, Menig tegenstander kreeg geducht van ons ’n les, En was er ooit eens tegenspoed, Dan vochten wij verwoed, Kwamen er bovenop, Tot aan de hoogste top!

2. Hecht verbonden met Oranje,Verknocht aan ’t koninklijk gezin, Zweren wij bij ’t vaandel met rood-wit-blauw erin, Genoemd naar Koning Willem II, Uit Tilburgs mooie stee, Een vorstenhuis gelijk, Zijn wij traditierijk!

3. Ongeslagen kampioenen, Trots van ons hele Nederland, Dat kon men bereiken door hechte vriendschapsband, Men kent er geen onenigheid, Maar wel veel vrolijkheid, Komt het een keer van pas, Welaan dan klinkt het glas.

Refrein: Het rood, de kleur van de liefde, verbindt zich met smet’loos wit aan het blauw, Teken van trouw, Altijd paraat en fit, Met grote faam en zonder blaam, Strijden wij tot ’t laatst moment, Wij houden altijd goede moed, Bij Willem II, Bij Willem II, Bij Willem II komt alles goed.

In tegenstelling tot bij Sparta is de Willem II Mars niet het clublied van de Tricolores. Wat zou het niettemin leuk zijn wanneer de mars - al dan niet met (gewijzigde) tekst – in het Koning Willem II stadion ten gehore kan worden gebracht. Ik werp de Tilburgse muziekkorpsen de handschoen toe. Wie pakt hem op?


Aflevering 67 - Toon Hermans, Gerrit Villevoye en Willem II


Toon (links) en Gerrit op de tribune van het Gemeentelijk Sportpark

Cabaretier Toon Hermans (1916-2000) behoorde met Wim Kan en Wim Sonneveld tot de grote drie van het Nederlands cabaret van kort na de Tweede Wereldoorlog. Hij vertoefde graag in Tilburg. Niet alleen om op te treden in de Schouwburg, maar ook om zijn vriend Gerrit Villevoye (1920-1982) te bezoeken. En aangezien Villevoye secretaris was van Willem II en Toon een voetballiefhebber was, zat het duo menigmaal bij Willem II op de tribune. Publicist Floris Mutsaers schreef het jubileumboek “50 Jaar Schouwburg Tilburg” en vergaarde daarvoor informatie over hoe het Toon Hermans in Tilburg verging. Toon en Gerrit bleken vrienden te zijn voor het leven. Bij optredens in de Schouwburg sliep Toon aanvankelijk in hotel Riche, maar toen dat werd overgenomen, logeerde hij voortaan bij Gerrit en Francien Villevoye, waar hij als deel van de familie werd beschouwd. Toon voelde zich thuis in Tilburg en vermaakte zich bij Willem II. In zijn “Levensboek” schrijft Toon op blz. 210: “Leuker dan Barcelona tegen Real Madrid vind ik gewoon zo’n wedstrijdje Willem II tegen Heerenveen. Als ik aan Willem II denk, denk ik aan mijn vriend Gerrit die er niet meer is, die secretaris was van de club.” Op zondag 3 juni 1973 voerde Toon in Tilburg een bijzondere one man show op. Niet in de Schouwburg, maar in het Gemeentelijk Sportpark waar Willem II ten bate van de actie “Behoud betaald voetbal in Tilburg” een vriendschappelijke wedstrijd speelde tegen Ajax, dat vier dagen eerder de Europa Cup 1 gewonnen had. Toon deed de aftrap en maakte daar een ware show van. In zijn boek “Tussen mei en september” schrijft hij zelf hierover op blz. 161: “Als ex-voetbalvedette stond ik lichtelijk gespannen op de middenstip, gereed voor de aftrap. Maar toen de openingsmuziek verklonken was en het snerpende fluitje van de referee me in de oren sneed, kon ik het niet laten mij vanaf de middencirkel met het leder soepel aan het voetje in de richting van het Ajax-doel te reppen, onderweg de heren Krol, Mühren, Cruijff en Hulshoff achteloos passerend. In panische schrik kwam ook Stuy uit zijn heilige hok gerend. Hij trachtte te redden wat er nog te redden viel, wierp zich wanhopig op mijn schoen, maar helaas, de dappere Ajax-goalie, de gevierde cupfighter, had misgegrepen. Een listig voetbeweginkje mijnerzijds had hem in opperste verwarring gebracht. En terwijl het stadion daverde op zijn grondvesten, joeg ik de bal tegen het bollende net van het verlaten doel. Ik had daarna nog net voldoende adem om tot aan mijn hoge tribuneplaats te geraken. Mijn hart bonsde als een grote dorpsfanfaretrom, maar leuk was het wel.”


Aflevering 66 - "Olympische vuur" bij Willem II

Van oudsher wordt bij Willem II een goede jeugdopleiding van groot belang geacht. Daarom was het niet zo verwonderlijk dat bij het 60-jarig bestaan van de vereniging in 1956 gekozen werd voor een uniek sportevenement voor de jeugd. Een Jeugd-Olympiade op zaterdag 7 juli, compleet met fakkeloptocht, ontsteking van de vlam, defilé van de deelnemers, vlaggenceremonie en na elk wedstrijdonderdeel een ceremonie protocolaire. Het geheel werd opgeluisterd door de jeugdharmonie “Ons Genoegen” van Huize Nazareth en de jeugdband “ De Scotjes”. De deelnemende verenigingen waren: DFC, Quick Nijmegen, EVV Eindhoven en gastheer Willem II. Op het Paleis Raadhuis ontstak burgemeester Baron van Voorst tot Voorst de fakkel en overhandigde die aan jeugdspeler Frans Fijnaut. Hij was de eerste van dertig Willem II-junioren die de fakkel in estafetteloop door de straten van Tilburg naar het Gemeentelijk Sportpark droegen. De voorlaatste loper, Herman van der Ven, overhandigde vlak voor de Marathonpoort de fakkel aan eerste elftalspeler Piet de Jong. Die liep onder klaroengeschal met de fakkel een volle ronde over de sintelbaan om tenslotte het Olympisch vuur boven de Marathonpoort te ontsteken. Na een welkomstwoord van Dr. Schuerman, de voorzitter van Willem II, werd de opening verricht door Ir. Hopster, de voorzitter van de KNVB. Daarna begonnen de wedstrijden met als onderdelen: hardlopen, doelschieten, verspringen, hoogspringen, baldribbelen en voor de oudste deelnemers steeple chase. Winnaar werd Quick Nijmegen met Willem II als goede tweede. Bij de sluitingsceremonie zong een jongenskoor onder leiding van Ad van Lil, de voorzitter van de jeugdcommissie, de clubliederen van de deelnemende verenigingen. Met het strijken van de clubvlaggen, het doven van het Olympisch vuur en het zingen van het Wilhelmus kwam een eind aan deze unieke Jeugd-Olympiade, die een zeer geslaagd cadeau was van de jeugdcommissie aan het bestuur en de leden van het jubilerende Willem II. In 2016 bestaat Willem II 120 jaar. Een mooie gelegenheid voor een déjà vu?


Aflevering 65 - Smeekbede aan de voorzitter

In het najaar van 1969 ontving Willem II-voorzitter Dr.Schuerman de volgende brief.

Geachte dokter,

Langs deze weg wil ik graag het volgende onder uw aandacht brengen. Zoals wij supporters van Willem II weten, is Noudje Hopmans al lang geblesseerd. Beste dokter, Noudje heeft alles gedaan om weer voor Willem II te spelen. Hij heeft duizenden kilometers gereisd, is twee maal geopereerd, maar is nog niet beter. Dokter, nog wil Noud van alles proberen, want hij is naar een dokter in Amsterdam geweest. Die heeft foto’s genomen van zijn kruisbanden, maar die zijn voor 100 procent in orde. Alleen zijn meniscus was niet in ode, die is hier in het ziekenhuis niet goed behandeld. Deze dokter heeft tegen Noudje gezegd dat hij hem binnen 10 weken beter maakt en dat hij weer volop kan voetballen. Beste dokter, Noudje heeft veel kosten gemaakt, maar kan niet alles zelf betalen. Daarom kom ik langs deze weg vragen of Willem II hem hierin tegemoet wil komen, want Noudje heeft dat toch wel verdiend. Hij heeft nog nooit van Willem II hulp of steun gehad. Beste dokter, Noudje heeft zijn blessure bij Willem II opgelopen. Hij heeft meegeknokt tegen RBC om Willem II in de eerste divisie te houden. Drie of vier keer in deze wedstrijd ging hij door zijn knie en nog mocht hij van trainer Van der Leck niet van het terrein. Dokter, u kan deze knaap niet in zijn hemd laten staan. Hij is een rasechte Willem II’er. Hij heeft er alles voor gedaan om een goede voetballer voor Willem II te worden en als hij beter is, zal hij zeker weer zijn best voor Willem II doen. Als een supporter aan Noudje vraagt hoe het gaat, dan staan de tranen in zijn ogen. De vader en moeder van Noudje lijden hier ook erg door. Nogmaals dokter, a.u.b. laat deze knaap niet alleen staan. U zal er geen spijt van krijgen. Dokter, wel heeft Noudje heel veel steun van verzorger Theo Krämer en van 5 vrienden die nu nog in het eerste elftal spelen, die hem overal in helpen en die het ook jammer vinden dat er van de zijde van Willem II zo weinig voor hem wordt gedaan. Nogmaals dokter, help Noudje mee, want deze knaap heeft dat zeker verdiend.

Afzender tientallen Willem II-supporters.

Noudje herstelde – met of zonder hulp van Willem II - volledig en bereikte weer het eerste elftal!


Aflevering 64 - Chris Feijt, Willem II's doelman van de 20e eeuw

Afl 64

Als opvolger van Cees Botermans trok Willem II in 1954 Chris Feijt aan, de 19 jarige talentvolle keeper van SC Woerden, de club die een paar maanden eerder kampioen was geworden van de 4e Klasse D. Chris had al overschrijving aangevraagd naar DOS, toen Willem II aanklopte. Twee keer van aanvraag veranderen mocht niet van de KNVB. Iemand heeft hem toen aangemeld bij de profclub Utrecht van de Beroeps Voetbal Bond en toen mocht hij wel naar Willem II. Chris verdedigde vanaf de eerste wedstrijd van het seizoen 1954-1955 het doel van Willem II en behaalde met de Tricolores meteen de landstitel. Voor zijn overgang naar Tilburg was hij al gekozen in het Nederlands jeugdelftal, maar als keeper van Willem II begon zijn talent pas goed tot de voetbalgemeenschap door te dringen. Hij werd gekozen in het Militair elftal, het Nederlands B-elftal en was regelmatig reserve-doelman van het Nederlands A-elftal. Jammer genoeg had hij in zijn beste jaren concurrentie van De Munck, Pieters Graafland en Landman. Bij Willem II was hij vanaf 1954 wel de eerste doelman. Chris was een geweldige lijnkeeper, lenig met prima reflexen. Hij was zowel technisch als tactisch goed en zijn uittrappen waren bijzonder. Hij beheerste de dropkick, mede vanwege de stalen neus van zijn schoenen. Chris hield ook van een sierlijke zweefduik. Hij was altijd keurig gesoigneerd en was – hoewel niet ijdel - op elftalfoto’s graag geheel in beeld, dus meestal staand aan de zijkant. In het seizoen 1960-1961 won hij glansrijk de door het sportblad “Sportkroniek” georganiseerde verkiezing “Voetballer van het Jaar”. Na 289 officiële wedstrijden beëindigde hij in 1963 zijn carrière bij Willem II. Hij vertrok naar Feyenoord, waar hij tweede keeper werd achter Pieters Graafland. In december 1999 werd hij gekozen als keeper van het Willem II-elftal van de 20e eeuw. Daarmee werd nog eens onderstreept hoezeer de supporters de prestaties van deze - bij Willem II tot nu toe ongeëvenaarde - topkeeper waardeerden.


Aflevering 63 - Van bonkige Jack tot Hertog Jack

In de zomer van 1995 trok Willem II een nieuwe spits aan: Jack de Gier, afkomstig van Go Ahead Eagles. Hij zou de komende drie seizoenen moeten gaan zorgen voor oorlog in de zestien en de nodige doelpunten moeten (laten) aantekenen. De drie seizoenen maakte hij weliswaar niet vol, want per 14 oktober 1997 verkaste hij naar het Belgische Lierse SK. Maar aan gerommel in de zestien en Tilburgse doelpunten geen gebrek. Jack was niet alleen een van de bonkigste, maar ook kleurrijkste spitsspelers die Willem II ooit gehad heeft. En bovenal populair bij de supporters. Dat bleek onder andere toen twee van hen, Frank van Winden en Mikel Jansen, kort na de transfer van Jack naar Willem II een zelfmaakpakket kochten om bier te brouwen. Dat origineel Tilburgs biertje kreeg de naam “Hertog Jack Bier”. Het laat zich wel raden waarom. Het etiket van de fles met daarop de afbeelding van Jack in het Willem II-shirt werd vergroot afgedrukt op een aantal T-shirtjes en vervolgens zijn ze begonnen met de promotiecampagne. Geruchten dat Jack zijn eigen clandestiene bierbrouwerij zou zijn begonnen, werden weldra ontzenuwd, maar het project van de twee supporters was na een paar maanden al geslaagd te noemen. Of Jack er wat geld in gepompt heeft, is niet bekend. Wel, dat hij de brouwers complimenteerde met hun “lekker pilske”. Toen ik zelf het bier proefde, vond ik het nogal pittig of in biertermen gesproken “stout”. Maar daarom misschien juist des te meer passend bij die bonkige Jack!


Aflevering 62 - Trefzeker bestuur maakt indruk

Afl 62

De vorige aflevering in deze rubriek was gewijd aan de kleurige “circuspakken” van Willem II. Het tenue waarvan zowel het shirt als de broek rood-wit-blauw gestreept waren. Er werd vertelt over het eenmalig dragen hiervan door de hoofdmacht en van de surprise van het clubbestuur. Dat kwam op 30 november 1986 tijdens de rust van de wedstrijd Willem II – Eindhoven namelijk het veld opdraven in dit door trainer Piet de Visser zo verafschuwde circuspak. De zes heren die in het kader van de Penalty-bokaal in het streepjespak strafschoppen gingen nemen op keeper Giedus van Roosendaal, waren: Ton van Bijsterveldt, Mark van Boekel, Frank van Dijck, Wim Groels, Ben Laureijssen en Fernand Palmen. Wie verwacht mocht hebben dat Giedus een makkie zou hebben, kwam bedrogen uit. Het gegniffel in het stadion om de uitdossing van de heren bestuursleden ging over in bewondering, want datzelfde bestuur toonde zich trefzeker. Wim Groels bewees dat hij de voorzittershamer terecht hanteerde, want hij toonde zich de beste strafschoppenspecialist. Hij schoot maar liefst vier van de vijf keer raak en zat daarmee de rest van het bestuur ook op het veld voor. Secretaris Ton van Bijsterveldt en penningmeester Mark van Boekel deelden de tweede plaats met drie rake trappen. Onder luid appaus legde het zestal na afloop het gebruikelijke ererondje af. Of Wim Groels de bal als trofee mee naar huis heeft mogen nemen, is helaas niet bekend. Maar als clubman bij uitstek zal Groels ongetwijfeld de voorraad ballen in de materiaalruimte van “zijn” club hebben vergroot met dit bijzondere exemplaar!


Aflevering 61 - De "circuspakken" van Willem II

In 1986 vierde Willem II op grootse wijze het 90-jarig bestaan. Uiteraard werd het lustrumfeest op sportieve wijze ondersteund. Alle elftallen speelden een jubileumwedstrijd tegen gerenommeerde tegenstanders. De hoofdmacht van Willem II trad op 12 augustus aan tegen de Engelse topclub Nottingham Forest. ’Bij een jubileumwedstrijd hoort een bijzondere act’, moet het Willem II-bestuur gedacht hebben en dus werd de aftrap verricht door Dries van Agt, commissaris van de koningin in Noord-Brabant. Maar daar bleef het niet bij. Het publiek zag Willem II in circuspakken het gras opdraven. Niet alleen het shirt was deze avond rood-wit-blauw gestreept, maar ook de broek! Tegenstander Nottingham Forest schrok kennelijk van de vele strepen. De gasten misten dotten van kansen en verloren met 2-1. Willem II won dus weliswaar, maar mocht van trainer Piet de Visser dat k(l)eurig steepjespak achter slot en grendel opbergen. ‘Want’, zo zei hij tegen de pers, ‘Ik verlies nog liever een keer dan dat we weer eens met zulke broeken moeten spelen.’ Willem II heeft ze nadien ook nooit meer aangehad! Waarschijnlijk vond het bestuur dit ‘eeuwig zund’ en besloot het daarom om de broeken zelf maar een keer aan te doen. Normaal gesproken werden toentertijd tijdens de rust van Willem II’s thuiswedstrijden door de schooljeugd strafschoppen genomen in het kader van de Penalty-bokaal. Maar op 30 november 1986 tijdens de rust van Willem II - Eindhoven had het Willem II-bestuur, gekleed in het volledige streepjespak, plaats genomen tegenover keeper Giedus van Roosendaal. Nadien zijn de kleurige streepjesbroeken voorgoed opgeborgen. Ter geruststelling van hen die zowel de jubileumwedstrijd als het penalty-schieten gemist hebben, kan ik mededelen dat het fraaie broekje nog elke dag te bewonderen is in het museum in de hal van het Koning Willem II stadion. Komt dat zien!.